Tagarchief: vegen

Workum: één van de elf steden

Eerder deze week zat ik al achter de laptop om een stukje te tikken over het schaatsen. Over een verlaten vennetje in Echten met schitterend ijs, de dichtgevroren Hoogeveensche vaart en het rumoer om de Elfstedentocht. Ik wou wat schrijven over noren, klapschaatsen en ijshockeyschaatsen, over het nostalgische buurtgevoel, het stukje van Nico Dijkshoorn en mijn eigen geklungel op het bevroren water. Maar toen er 343 woorden op het scherm stonden drukte ik op het rode kruisje zonder op te slaan. Het stukje had niet het ultieme schaatsgevoel. Misschien had ik nog niet het ultieme schaatsgevoel.

Ochtendgloren

Hoe anders is dat in Workum. Vrijdag vertrok ik met de trein naar pake en beppe, die aan het water in Workum wonen. Workum: één van de elf steden. Zaterdagochtend werd ik wakker in het huis aan het water in Workum en ik zag de zon boven het bevroren water staan. De goudkleurige zon, die langzaam omhoog kroop terwijl de eerste schaatser voorbij zoefde.

Dé route

 Een paar uur later trek ik mijn schaatsen aan en vertrek ik in de richting van het centrum van Workum: dé route op. Ik schaats mijn eerste meters Elfstedentocht en ik word ingehaald door een peloton mannen in schaatskledij met gestroomlijnde rugzakken. Aan de kant van het water is een man, doordeweeks boekhouder of automonteur, die als een kind zo gelukkig de sneeuw van de baan aan het vegen is. Workum leeft op (het ijs).

De route van de Elfstedentocht gaat dwars door het centrum. Een restaurant heeft tafeltjes en stoeltjes op het ijs gezet en verkoopt warme chocomel en snert voor een euro. De tafeltjes zitten vol. Op het ijs is iedereen druk met elkaar in gesprek. Ik zet mijn rood-wit-blauwe Fryslân-muts recht. Die durf ik in het Drentse Hoogeveen nooit op.

Moarn is neat, hjoed mat it barre

Buiten Workum bestaat er niets. Er is alleen het ijs, met scheuren, de bruggetjes waar je onderdoor moet kruipen, de mensen op én langs het ijs, de Elfstedentocht rijders, de kraampjes met warme chocomel en de zon in mijn gezicht. Het enige contact met de buitenwereld dat ik hoor is een man die zijn bliepende Nokia al schaatsend opneemt: “Ja, schat, Sa ist en net oars, want as ’t oars wie, wie t net sa. Moarn is neat, hjoed mat it barre.”

‘Elfstedentocht 2012’ is een onhaalbaar doel. Op het moment van schrijven staan de gemalen in Friesland weer aan en drupt een vies laagje sneeuw op het tweedehands ijs. Maar het gevoel zoals ik het in Workum even heb gevoeld (de zon, schaatsen over het gladde ijs, het remmen, het krakende ijs, het Fries, de gesprekken, de pijn in mijn knieën van het vallen door de scheuren en de Elfstedentocht rijders die ’t rustig aan doen) was het rasechte Elfstedentocht-gevoel.

Fryslân-muts

Het hoofdstuk ‘schaatsen’ is afgelopen. De Elfstedentochtkoorts is voorbij en de media kan zich weer op het niet-ijs-nieuws gaan richten. Mijn schaatsen gaan in de kast, maar de Fryslân-muts niet. Die ligt hier naast me en heeft door die paar kilometers Elfstedentocht een te grote emotionele waarde gekregen.

Misschien kan ik hem volgend jaar wel op – bij de Elfstedentocht 2013.