Tagarchief: twitter

Ik pleeg Twitter-zelfmoord

Het regent, het is mistig en ik zit met de laptop op schoot in de woonkamer. De twitterapplicatie op mijn laptop vernieuwt elke drie seconden het beeld.

De tweets stromen als rode bloedlichaampjes de hartkamer binnen. Mijn vingers ratelen over het toetsenbord en spuwen de meest komische letter- en woordencombinaties het wereldwijde web op.

Terwijl ik mentions beantwoord, tweets retweet en geniale ingevingen omzet in tweets, denk ik na over het nut van Twitter. Over de zin van Twitter – dat gaat ongeveer op dezelfde manier als nadenken over de zin van het leven: het eindigt in het niets.

Ik maakte mijn account anderhalf jaar geleden aan uit nieuwsgierigheid. Van het volgen van BN’ers ging het naar socializen met vrienden, om te eindigen bij (verwoede?) pogingen grappig over te komen.

Hoe gaat dit verder? Lees het hele verhaal op scholieren.com, en wel hier.

Een twitterloze zomer

In mijn eerste tweet zal vast zoiets als “even kijken hoe dit werkt hoor:P” gestaan hebben, want dat staat in ieders eerste tweet. Toen was het nog nieuw, ingewikkeld en onbekend. Inmiddels kan ik aan de trilling van mijn mobiel voelen dat ik een nieuwe reactie heb en droom ik soms dat ik 10.000 volgers heb. Twitter. Je haat het of je aanbidt het. Of je weet even niet meer wat je er van moet vinden.

Ik vind twitter schitterend, leuk en grappig. De nieuwste youtube-hits, de vetste krantenkoppen, je hoort het allemaal. Je maakt er deel van uit. Twitter iets over het weer en je krijgt meteen vijf reacties, van pechvogels met onweersbuien in Italië tot aan gelukkige Scheveningse strandgangers.

Toch heb ik in de afgelopen maanden al heel wat keren boven de (onvindbare) ‘delete your twitteraccount’-knop gehangen. Ik ben de ‘kijk-eens-hoe-leuk-ik-ben’ en ‘zit-ik-alweer-bij-mijn-allerliefste-vriendjes’ en ‘IK-HAAT-JE’ en ‘Ik-love-je-<3’-tweets helemaal zat. Om nog maar te zwijgen van de ‘je hebt een DM!’-tweets.

Mijn account meteen verwijderen en het opgebouwde onbekende-mensen-netwerk gedag zeggen vond ik te rigoureus, niets meer tweeten heb ik al eens vaker geprobeerd. Tevergeefs. De perfecte oplossing is een twitterloze zomer, zodat geen enkele inbreker weet op welk Canarische eiland ik mij bevind.

De enige tweets die ik de komende weken nog verzend zijn de automatische notificaties van mijn blog, waar ik nu ineens zeeën van tijd voor heb.

Verder ben ik nog even open, vriendelijk en bereikbaar als altijd. Maar nu even niet meer via twitter. Bel me eens, of sms (06-11516606). Wie weet is dat nog wel veel gezelliger.

Ramptoeristen

8 feb, 22:24
De bel gaat. Het 3e uur Nederlands deze week is afgelopen. Op de gang wens ik iedereen een fijn weekend toe, en loop rechtstreeks naar mijn kluisje. Daar aangekomen pak ik mijn jas, hang mijn tas over mijn schouder, en loop de school uit, richting mijn fiets. Het is onrustig bij de fietsenstalling, vrijdagmiddag twee uur, en iedereen wil zo snel mogelijk naar huis. Ik zoek mijn fiets op, haal hem van het slot, en loop met de fiets aan de hand richting de weg. De grote fietstassen, met als opdruk: ‘Hoogeveensche Courant’ bungelen over mijn bagagedrager. Ik stap op, en ga het fietspad op, richting Hoofdstraat.
Onderweg is het koud, het is nog geen 10 minuten fietsen, maar zonder handschoenen kunnen je handen in die 10 minuten flink verkleumen. Ik rijd over de schutstraat, auto’s en snelle fietsers halen mij in, ik heb niet zo’n haast. De route ken ik feilloos uit mijn hoofd, elke maandag en vrijdag. Dan fiets ik hier.
Op de rotonde fiets ik nog gauw voor een vrachtwagen langs. Nog 200 meter, dan ben ik er. Het is nu nog maar één rechte weg, ik tuur voor me uit, en het lijkt alsof er verderop heel veel mensen staan. Rustig fiets ik door. Ik zie het nu beter, en inderdaad, het staat hier helemaal vol met mensen. Ik kan niet zien waar ze naar kijken, ik kan niet zien hoeveel het er zijn, één ding weet ik wel; er is wat aan de hand. Langzaam fiets ik tussen de mensen door, in een winkelruit meen ik een blauw zwaailicht te zien, verbeelding?
Ik zet mijn fiets tegen een muur, en kijk om me heen. Een mevrouw loopt voorbij, ‘ze zijn er niet hoor, ze moesten eruit’. Mijn vragende blik heeft geen effect, want ze loopt rustig door. Ik besluit de opmerking van de mevrouw te negeren en gewoon naar binnen te lopen. De deur is niet op slot, ik loop naar binnen, en voel de vloer bonken, ik hoor de pers stampen en ruik de verse inkt. Door het raampje, dat aan het eind van de gang zit, zie ik dat de pers draait, er staan drie mannen bij, drie mannen die ik ken.
Ik loop door en open de volgende deur, de vieze inktlucht komt nu samen met het oorverdovende geluid. Drie paar ogen kijkt mijn kant op, en ik schreeuw naar één van de mannen: ‘Moesten jullie er niet uit? ‘Ja’ schreeuwt hij terug, ‘maar die kranten moeten toch gedrukt worden’. Hij pakt 79 kranten uit de lopende pers, en duwt ze in mijn handen. Twee ondeugende ogen kijken mij aan, een sigaret hangt in zijn baard, en boven op zijn verwilderde haren zit een ‘Hoogeveensche courant’ pet. Ik wens de man een fijn weekend toe, en loop naar buiten.
Buiten kijk ik nog eens goed naar de voorbijkomende massa, pak daarna mijn fiets, en stop de 79 kranten in de fietstassen. Dit alles duurt nog geen minuut, en intussen hoor ik een sirene, vlakbij. De kranten zitten in de tassen, en ik pak de fiets aan de hand en loop tegen de massa mensen in.
Steeds meer mensen, meer en meer, honderden holle ogen lopen voorbij. Uitdrukkingsloos. Ik loop de hoek om, en ik schrik. Het woonhuis boven de ‘skooter’ staat in lichterlaaie. Wel 4 brandweerwagens, een ladderwagen, 2 ambulances, politie, de hoofdstraat ziet blauw van de zwaailichten.

Ik stap op mijn fiets, en fiets de ramptoeristen voorbij. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een iphone, één twitter-applicatie staat open, en nog net lees ik de tekst, een tekst die over enkele seconden online gaat:

‘brand bij skooter in Hoogeveen, ben er bij, cool gezicht man!’