Tagarchief: Oorlog

Wim

Het stoplicht springt op groen. Wim geeft gas en draait zijn Renault Modus de A16 op. Hij rijdt vanuit Breda, via Antwerpen, naar een studente in Hulst. Aan het haakje op de achterbank hangt zijn pak, op de passagiersstoel staat de aktetas en door de auto klinkt de pianomelodie van radio 4. Op de oprit van de snelweg staan twee jongens met de duim omhoog, een kartonnen bordje met ‘Antwerpen > Gent’ in de hand. Wim twijfelt niet, remt af en doet zijn raampje open. ‘Ik kan jullie meenemen tot het laatste tankstation voor Antwerpen’, zegt hij.

Dolgelukkig gooien we de backpack op de achterbank en stappen we in. 

2014-04-01 09.38.03

Wim is eind zestig, inmiddels gepensioneerd, maar werkt nog altijd twee dagen per week voor de universiteit van Tilburg. Hij is gespecialiseerd in facility management, de studente waar hij nu naar toe op weg is loopt stage bij een plaatselijke bank. ‘Die doet zo goed d’r best dat ik er wel voor naar Hulst wil rijden’, zegt-‘ie terwijl hij de radio zachter draait. ‘De kortste weg daarnaartoe is via Antwerpen’.

Na de middelbare school heeft Wim de ALO gedaan en een aantal jaren gymles gegeven op een middelbare school. ‘Ik had al heel gauw het idee dat ik daar weg moest, die scholieren en ik waren geen beste maatjes’, lacht hij. Hij ging naar Amerika om zich om te laten scholen en geeft sindsdien les in Tilburg. Hij is getrouwd, heeft drie kinderen en acht kleinkinderen. Zijn ouders hebben elkaar in de oorlog leren kennen, hij was vliegenier voor Engeland en zij werkte in het Belgische verzet. Na de oorlog kwamen daar Wim en zijn broers uit voort. Wat ’n romance, niet?

‘Maar genoeg over mijn ouders en hun oorlogsverleden’, knikt Wim weemoedig, ‘waarom zijn jullie aan het liften?’. ‘Om goedkoop op vakantie te kunnen’, grijnst Rick. ‘U bent de allereerste waar we mee meeliften. We hebben vanaf een bushalte in Breda een halfuur gelopen naar deze snelwegoprit. Daar hebben we vijf minuten gestaan, er kwamen maar zeven auto’s voorbij voordat u ons meenam.’

Vroeger liftte Wim altijd. ‘Iedereen deed het’, zegt hij. ‘Toen de studentenkaart werd ingevoerd hield dat op. Als er nu jonge mensen langs de kant van de weg staan neem ik ze altijd mee, maar echt vaak zie ik ze niet meer.’

We passeren een tankstation. Antwerpen is nog maar 15 kilometer, zegt de TomTom. ‘Wees gerust, er komt nog een tankstation’, roept Wim. Maar als we dichterbij Antwerpen komen blijkt er geen tankstation meer op de route te zijn. Wim moet nog vóór de ring van Antwerpen rechtsaf, richting Hulst. Via een groot knooppunt rijden we de snelweg af. ‘Helaas, maar ik zal jullie hier uit moeten zetten. Als je hier de snelweg oversteekt (!), is er een oprit richting Gent, daar moeten jullie heen’, zegt Wim.

We stappen uit. Wim rijdt weg. Vol van de adrenaline van deze eerste lift óóit kijken we om ons heen. Verderop is een verlaten tankstation, op de bewegwijzering staat: ‘Antwerpen Haven, 101-161’. Vrachtwagens met zeecontainers rijden af en aan, verder is er geen verkeer.

‘Hoe gaan we vanaf hier in godsnaam een lift richting Gent vinden?’, zeggen we tegen elkaar.

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 2: Wim.

Wim in de auto