Tagarchief: Nieuw-Zeeland

‘Apocalyptisch’ begin van 2020 in Nieuw-Zeeland

De lucht kleurde vanochtend oranje en inmiddels zijn Queenstown en grote delen van het Zuidereiland in rook gehuld. Het ruikt hier naar verbrand hout. 01-01-2020 doet in Nieuw-Zeeland apocalyptisch aan. De oorzaak? Australische bosbranden.

De schaal van een natuurramp vind ik vaak maar lastig voor te stellen. Beelden op televisie geven natuurlijk een indruk, maar bewoners die in tranen uitbarsten en vertellen hoe hun huis in vlammen is opgegaan, voelen ook als een ver-van-mijn-bed-show. Alsof je naar een film zit te kijken.

De ernst van een ramp dringt vaak pas door als je er met je neus bovenop staat. Of als je met de zichtbare gevolgen geconfronteerd wordt.

De Remarkables (in Queenstown) zijn op nieuwjaarsdag gehuld in rook.

Nou zijn de Australische bosbranden al weken in het nieuws. Kranten koppen over ‘catastrofale’ vuurzeeën waar complete dorpen in verdwijnen. De BBC kwam deze week met een kaartje waarop alle Australische bosbranden met een rood puntje werden aangegeven: de hele landkaart leek wel rood.

Aanhoudende wind en extreme temperaturen zorgen ervoor dat het vuur zich voortdurend blijft verspreiden. Honderden huizen zijn in vlammen opgegaan en in de zwaar getroffen Australische staat New South Wales is al meer dan vier miljoen hectare bos afgebrand.

Een paar duizend Australische en Nieuw-Zeelandse brandweerlieden zijn in de weer om de brandhaarden in bedwang te houden, maar er is weinig in te brengen tegen vlammen die soms wel zeventig meter hoog zijn.

Dat drong allemaal niet echt tot mij door, totdat wij vanochtend, op nieuwjaarsdag, wakker werden van een maffe oranje gloed die door de luxaflex scheen. Alsof de wereld in brand stond en het einde nabij was.

Vanuit Kelvin Heights (Queenstown) waren de oranje luchten op nieuwjaarsdag ’s ochtends goed te zien. (En, ja, dat ben ik, in die grijze Toyota).

Die oranje gloed, na zonsopgang gauw gevolgd door dikke rookwolken, is over komen waaien vanuit Australië. Op satellietbeelden is goed te zien hoe de rook boven de Tasmanzee en het Nieuw-Zeelandse Zuidereiland hangt.

En als wij zelfs met die enorme afstand tussen de brandhaarden en Queenstown (zo’n tweeduizend kilometer, vergelijkbaar met de afstand tussen Nederland en Zuid-Spanje) al zo’n last hebben van de rook…

… Dan vergt het weinig voorstellingsvermogen om te bedenken hoe het er in Australië aan toe gaat.

Al die beelden van knaloranje luchten, afgebrande dorpen en mensen die vanwege de vuurzee naar het strand moesten vluchten: ineens voelen ze niet meer als een film, maar als bittere ernst.

Raar maar waar: vrolijk kerstfeest vanuit Nieuw-Zeeland

Het is het hele jaar door raar: Pasen in de herfst, skiën in augustus. Maar als er toch één moment is waarop ik niet kan wennen aan een leven op het Zuidelijk halfrond, dan is het wel met Kerstmis.

Terwijl ik dit schrijf staat It’s Beginning To Look A Lot Like Christmas van Michael Bublé op. Maar géén van de dingen waar hij over zingt, zie ik om me heen verschijnen.

Oké dan, in de winkels liggen besneeuwde kerstboompjes, kerstmannen in glazen sneeuwbollen en winterse chocoladeversieringen. En jawel, ook hier staat een opgetuigde kerstboom – behangen met een afgrijselijke hoeveelheid knipperende lampjes.

De kerstboom bij Mike z’n ouders – net echt.

Maar na anderhalve dag begonnen de eerste naalden al uit te vallen. Kerstmis in de zomer, dat is natuurlijk ook voor zo’n den veel te warm.

En ik geloof dat de Nieuw-Zeelanders zich ook niet zo’n raad weten met het kerstfeest in dit jaargetijde. Een van oorsprong Nederlandse man die hier al zijn hele leven woont, vatte het treffend samen.

‘Alle Christelijke feestdagen zijn ontworpen voor het Noordelijk halfrond’, vertelde hij. ‘Pasen valt in de lente, dus dan zijn we druk met paaseieren. Met Pinksteren voelen we de zomer al kriebelen en laten we duiven los in een kerk.’ Nou, daar hoef je in Nieuw-Zeeland rond die tijd van het jaar natuurlijk niet mee aan te komen.

Home-made kerst cookies.

Denken we aan Kerstmis op het Zuidelijke halfrond, dan denken we volgens mij allemaal aan oververhitte Australiërs op Bondi Beach. Zo doldwaas maken wij het hier gelukkig niet.

Maar Queenstown loopt wel over van mensen (inclusief mijzelf) wiens familie duizenden kilometers verderop woont. Allemaal zouden ze voor de feestdagen graag even huiswaarts vliegen, maar dat gaat natuurlijk niet. En dus vieren wij hier een Orphan’s Christmas – een ‘weeskinderenkerstmis’.

Zo vierden we kerst vorig jaar, toen Liza-Lotte op bezoek was.

Iedereen is welkom. Vorig jaar was dat bij ons in de tuin, dit jaar zijn we bij Mike zijn ouders in Invercargill. En dus begon Mike allerlei vrienden en vriendinnen uit te nodigen. Iedereen die Eerste Kerstdag vrij wist te krijgen, besloot met ons mee naar de zuidelijkste stad van Nieuw-Zeeland te komen.

Gisteren belde Mike zijn ouders om even door te geven met hoeveel we komen. ‘Met zijn elven?’, reageerde zijn vader geschrokken. ‘Ja’, zei Mike. ‘We zien jullie morgen. Oh, ja, kunnen we nog iets meenemen?’

Het was even stil aan de andere kant van de lijn. Toen: ‘Nou, wat dacht je van een supermarkt?’

Gelukkig kwam het allemaal goed. Daarom, vanaf de andere  kant van de wereld: een heel vrolijk kerstfeest!

Vrolijk kerstfeest!

Berichtgeving over Nieuw-Zeeland? ‘Nee, joh. Er gebeurt hier nooit wat’

Toen ik eerder dit jaar als nachtredacteur bij RTL Nieuws begon, stelde de chef voor dat ik tijdens mijn diensten ook wel eens over Nieuw-Zeeland zou kunnen schrijven. “Dat zal zo’n vaart niet lopen”, reageerde ik nuchter. “Er gebeurt hier immers nooit wat.”

Drie dagen later kwamen in Christchurch bij een terreuraanslag 51 mensen om het leven. De schietpartijen in de moskeeën werden wereldnieuws. Net als de reactie van minister-president Jacinda Ardern.

‘Eruption on White Island’

Deze week stonden voorpagina’s wereldwijd opnieuw in het teken van Nieuw-Zeeland.

Het begon afgelopen maandag met een pushmelding van nieuwssite Stuff.co.nz: ‘Eruption on White Island’. Even later gevolgd door een tweede bericht: mogelijk liepen er op het moment van de vulkaanuitbarsting nog tientallen toeristen op het eiland.

white island eruption stuff.co.nz
De eerste berichtgeving over de vulkaanuitbarsting.

Sindsdien bleven de updates maar komen. Ik heb een week aan de televisie en het internet gekluisterd gezeten en de berichtgeving gevolgd. Het ene bericht was nog onvoorstelbaarder dan het andere.

Script van een slechte actiefilm

Die eerste dag las als het script van een slechte actiefilm: toeristen die 40 kilometer uit de kust vastzaten op een vulkanisch eiland, terwijl reddingsdiensten machteloos toe moesten kijken vanwege ‘as, rook en uitbarstingsgevaar’.

Een dag later vertelde de politiecommissaris om zeven uur ’s ochtends al dat er op White Island ‘geen teken van leven’ meer was. De acht achtergebleven toeristen waren dus vrijwel zeker om het leven gekomen.

Beelden van Jacinda Ardern, die met de tranen in haar ogen hulpverleners stond te knuffelen, gingen opnieuw de wereld over.

Ernst van de verwondingen

In de dagen daarna verschoof de aandacht naar de tientallen overlevenden, die door helikopters en toerboten vlak na de uitbarsting nog van het eiland waren gehaald. Was iedereen eerst opgelucht dat ze het er levend vanaf hadden gebracht, later drong langzamerhand de ernst van hun verwondingen door.

Doktoren in het lokale ziekenhuis van Whakatane, de kustplaats bij White Island, hadden maandag na het ongeluk moeten improviseren. Ze spraken van een Chernobyl-achtige situatie. 27 van de geredde toeristen hadden brandwonden op meer dan 30 procent van hun lichaam. Sommigen waren zelfs voor meer dan 90 procent verbrand.

Patiënten in kritieke toestand

Brandwondencentra verspreid over Nieuw-Zeeland hadden zo in een klap het equivalent van een jaar werk binnen zien komen. En ook de artsen in die centra vertelden nog nooit zoiets te hebben meegemaakt. Niet alleen was de huid van patiënten ernstig verbrand, maar ook had het verzurende vulkanische materiaal luchtwegen en wonden aangetast.

25 patiënten lagen in kritieke toestand, bijna allemaal aan de beademing. ‘Een vuistregel’, zo vertelde een arts, ‘is dat je voor elke procent verbrande huid gemiddeld één week ligt opgenomen in het ziekenhuis’. Maar door alle complicaties zou dat voor deze patiënten waarschijnlijk zelfs nog te optimistisch zijn.

Iedereen heeft één vraag

Maar alle berichtgeving, van de verbouwereerde doktoren tot de pogingen om de achtergebleven toeristen te repatriëren, werden overschaduwd door één vraag.

En ook in Queenstown, de ‘adventure capital of the world’, waar men best wel gewend is aan wat risico en gevaar voor toeristen, hoorde ik ‘m deze week al vaak voorbijkomen:

Waarom, in hemelsnaam, waren er toeristen toegestaan op een actieve vulkaan?

Niemand die daar het antwoord op heeft.