Tagarchief: mevrouw

Koffie

Haar handen houden zich vast aan het kleine tafeltje. Het tafeltje, voorzien van bloemetjesprint, staat op het terras. Het is een statafel. Gehuurd van een statafel-verhuurbedrijf. Ze heeft een lichtroze jas aan, en een spijkerbroek. Blond, krullend haar hangt over haar schouders. Op het tafeltje staan twee kartonnen bekertjes. ‘Douwe Egberts’. Beide gevuld met zwarte koffie, zonder melk, zonder suiker.

Ze staat er eenzaam. Alleen. Ze wacht. Op de persoon van het tweede kartonnetje. Het kan haar man zijn, of haar vriend. Het kan een vriendin zijn, of haar dochter. Het kan een vreemde zijn, of een bekende. Ik weet het niet.

De tijd gaat voorbij. De koffie wordt koud. Ik denk dat het tweede kartonnetje van haar man is, haar man roept het beeld van een dikke doch keurige heer op. Hij heeft een pijp in zijn mond, een bril op zijn hoofd. Hij vertelt haar dat de zaken goed gaan, dat ze gewoon lichtroze jasjes kan blijven kopen.

Het tweede bekertje koffie kan ook van een vriendin zijn. Een vriendin die even oud is, vijftig jaar, die ook nooit kinderen kon krijgen, of die er juist teveel heeft. Een vriendin die veel lelijker dan haar is, veel dikker ook. Het zal wel een lieve vriendin zijn. Een door dik en dun. Door warmte en kou. Door vuur en regen.

Maar het bekertje kan ook van haar dochter zijn. Een al wat oudere dochter. Meisjes van zeven drinken geen koffie. Nee. Dan eerder een dochter van drieëntwintig.

Ik blijf een tijdje naar de vrouw kijken. Vanaf een afstandje. Ik wacht op de persoon die het tweede kopje op komt drinken. Een dochter. Een vriendin. Een man. Er komt niemand. Rustig drinkt de vrouw één van de kopjes leeg. Dan wacht ze even en begint ze aan haar tweede kopje.

Oh. Misschien had ze gewoon zin in twee kopjes koffie.

Omgekeerde wereld

23 jan, 16:56
Ik zit op de fiets, richting centrum. Mijn half bevroren vingers versturen hun 3e sms’je in een minuut, je moet toch wat met een ‘zorgeloos sms blox’. Allemaal sms’jes met onzin, flauwekul. Het is zaterdagmiddag, de wegen zijn druk, en het vriest een graad of 3. Een gure wind zorgt er voor dat het veel kouder aanvoelt, -13 volgens Piet Paulusma.

In de hoofdstraat aangekomen, blijkt het daar drukker dan verwacht. Het ziet zwart van de verkleumde mensen. Mensen die, eind januari, in de opruiming kleren kopen.

Ik zet mijn fiets tegen een boom aan, en doe hem op slot. Daarna voeg ik me bij de lopende massa, allemaal onderweg om geld uit te geven. Onderweg kom ik maarliefst 3 mensen tegen die hun GEWELDIGE krant willen verkopen, achtereenvolgens: dagblad van het noorden, de telegraaf en algemeen dagblad. Jammergenoeg val ik nooit in de doelgroep, dus krijg ik -of je moet er op mijn leeftijd expliciet om vragen- nooit een gratis krant mee.

Ik kijk dus even rond, en poster na poster schreeuwt om mijn aandacht. De meeste negeer ik, kreten als: ‘3 rokjes voor de prijs van 2’ zijn -zo denk ik er zelf over- niet voor mij bedoeld.

Uiteindelijk is er een winkel die mijn aandacht trekt, de jeanscenter. Een winkel die naast broeken, ook t-shirts,truien,riemen,rokjes,zonnebrillen,onderbroeken,vesten en jassen verkoopt, en toch ben ik waarschijnlijk de enige in héél nederland die de naam dan niet begrijpt. JEANScenter.

Maar oké, ik loop daar dus naar binnen, en het is er niet druk. 3 verkoop(st)ers, allemaal tussen de 20 en 25 jaar, helpen 3 klanten, 2 klanten -waaronder ik- kijken zonder de ervaring van een verkoop(st)er even rond. Ik loop naar het rek met het grote uithangbord: ‘VANAF 5 EURO’, en zoek naar iets wat bij mij past. Opvallend bij dit soort rekken is dat je heel erg je best moet doen om daadwerkelijk een artikel van 5 euro te vinden, om er daarna achter te komen dat er daar gewoon maar één van is.

Terwijl ik nog even rondzoek bij de ‘VANAF 5 EURO’ artikelen, komt er een forse mevrouw binnen. Écht fors. Enkele secondes later gevolg door een wat sullige meneer, bepakt met 2 grote vero-moda tassen. Ik kijk om, en schat in dat ze bij elkaar horen, waarna het meteen duidelijk is wie van de twee ‘de broek aan heeft’.

Ik zie de vrouw zoeken naar een goedkoop rek, één rek met 70% korting briefjes, met bruine overhemden. Daarna staat er op haar gezicht iets van wat je een teleurgestelde uitdrukking zou kunnen noemen. De man komt wat sullig naast haar staan, en nog geen seconde later loopt de vrouw resoluut de winkel in.

Met een half oog houd ik de vrouw in de gaten, met het andere oog zoek ik naar een geschikt t-shirt. De vrouw loopt recht de winkel in, om daarna een paar rekken uit te spitten. Ze kijkt bij de herenafdeling, waarschijnlijk op zoek naar een trui voor haar man, of vriend? De man sjokt sullig achter haar aan, de vrouw houdt een geel-groen geruit overhemd omhoog en kijkt haar man vragend aan, waarna hij zijn hoofd schud.

Dit tafereel herhaald zich een keer of 5,6, en langzaam komen ze dichterbij, mijn kant op. Ik hoor de vrouw nu praten, met een zwaar drenths accent, zeurend op de man. Ik sta nog steeds bij het ‘VANAF 5 EURO’ rek, en de vrouw staat nu aan de andere kant van dat rek. ‘Hier’ zegt ze, ‘Hier sien nog voal mear trui’n met’n kroagie’. De man knikt, en bekijkt de ‘trui’n met’n kroagie’ aandachtig. Dan ziet de vrouw mij, en ze glimlacht, ik glimlach terug, en groet haar. ‘hoi’. ‘Dag’ zegt ze, en daarna: ‘mannen, ze sien soms ook so lastig met kleer’n, wij vrouw’n ben veel sneller klaar, met’n tas vol!’ Verbaasd kijk ik haar aan, en probeer een glimlach tevoorschijn te halen. langzaam loop ik weg, naar de kassa, om af te rekenen. De vrouw zoekt stug door.

Buiten vraag ik me af; zouden vrouwen echt zó over ons denken?