Tagarchief: lelijk

De heuvel

17 jan, 21:25
Als ik op zolder ben, in mijn kamer, en ik ga op mijn tenen bij het dakraam staan, dan zie over de toppen van de bomen nog net ‘de heuvel’. En wanneer ik beneden ben, in de woonkamer, zie ik de hekken van de kinderboerderij, de kinderboerderij aan de rand van het park. Ik woon dus bij een park, verder is het hier heel normaal hoor, een doodnormale woonwijk in een stadje, ofwel dorp in Nederland.

Zo door het jaar heen gebeurt er met het park niet zo veel, allescon houdt de struikjes bij, om de zoveel tijd loopt er een verdwaalde hond, en ’s morgens is het ‘de’ vast route van veel scholieren.

Ik ben ook zo’n scholier, fietsend door het park, rond kwart voor acht ’s morgens, en rond een uur of 3 ’s middags. Altijd hetzelfde, ’s middags, variërend per dag, een basisschoolgroep op weg naar de bieb, en de typische gepensioneerde mevrouw, fietsend naar de c1000, om daar de vergeten pakken melk op te halen. Zoals ik al zei, niks bijzonders.

Ik zal nog wat meer over het park vertellen, iets nuttigs, iets inhoudelijks, iets waar je wat aan hebt. Er is een skatebaan, een redelijk grote vijver, er is een prachtige glijbaan, een speelvijver, met van die grote paddenstoelen, waarmee je droog aan de overkant kan komen. Er is een kabelbaan, en een kinderboerderij, een pittoresk bruggetje en een grasveld. Nog niet erg veel bijzonders, groot, kindvriendelijk, dat wel, maar niet veel uitzonderlijks.

Dan heb je de heuvel,van een moeilijk te schatten 4 verdiepingen hoge grasvlakte. Voor de heuvel ligt een groot grasveld, minimaal 100 meter lang, met hier en daar een boom.

Zomers begrijp ik die heuvel nooit, je kan er niks, hij is te stijl om van af te fietsen, futters met een hond -geef toe, dat zijn de enige fanatieke hondeigenaren- hebben te weinig conditie om die heuvel op te komen, en erg mooi is het ook niet. Als ik de heuvel zie, snap ik dus niet waarom hij er staat, zou er afval onder liggen, zo’n opslag? Ik kan me gewoon niet voorstellen dat er mensen zijn die die heuvel daar nuchter neer hebben laten zetten.

Nu is het winter, eerst vriest het wat, en door de opgevroren regen worden de wegen levensgevaarlijk. En dan, op een ochtend, je wordt wakker, opent het gordijn, en er licht sneeuw. Gewoon, sneeuw, wel 15 centimeter.

Nog verbaast van hoe de wereld er uit ziet, ren je terug naar boven, om broeken, sokken, truien, jassen en schoenen aan te doen. En met dikke handschoenen loop je richting schuur, op zoek naar de sneeuwschuiver. Na een paar minuten heb je hem gevonden, en net wanneer je hem onder de werkbank weg wilt halen, vallen je ogen op iets wat in de schaduw bijna niet te zien is. Het is een slee, zo’n oude.

En ineens, op dat ogenblik, vallen alle puzzelstukjes op hun plaats. Je ziet de heuvel voor je, de lelijke groene heuvel, dan de sneeuw, de heerlijke gladde, prachtige sneeuw. ten slotte zie je de slee, en met een grijns van oor tot oor loop je het park in, richting de heuvel.