Tagarchief: Europa

Liftavontuur [7/7]

Hier zouden de verhalen van de Franse boer, de superheld in de Citroën, de shag rokende lifter, Maria, Benoit en Marta moeten staan. Maar schrijven is schrappen. En soms betekent dat schrappen dat vijftien stukjes in één worden gegoten. Een paar zinnen in plaats van een uitgekauwd boekwerk. Hier het slotstuk van een paar prachtige dagen liften en couch surfen.

De lift van de Gregory & Patrick eindigt nogal wanhopig. Het tankstation waar we stranden is op het moment van schrijven waarschijnlijk failliet, want er komt nauwelijks een klant voorbij in de drie kwartier dat we langs de oprit staan te wachten. Net als we weg willen lopen (ja, waarheen eigenlijk?) stopt een auto met een Luxemburgs kenteken. De Franstalige Luxemburgse boer neemt ons mee naar het volgende tankstation, veertig kilometer verder. Intussen ziet-‘ie kans over z’n zojuist afgeronde verkoopdeal te vertellen. Deux mille trois cent quatre-vingt-dix-sept, hoeveel euro is dat ook alweer?

Bij het volgende tankstation – de Luxemburgse boer hebben we uitgezwaaid – wordt de situatie echt uitzichtloos. Een verlaten tankstation langs de snelweg, met een bordje ‘Parijs 246 km’. Verder niks. Gelukkig schijnt de zon. Na een uur wachten en krentenbollen eten komt een Franse superhéro de  parkeerplaats opgereden. ‘Allez-vous à Paris?’, vragen we. ‘Oui’, is het antwoord. We mogen meerijden met de superheld in de Citroën. Drie uur later worden we in het centrum van Parijs voor de deur van ons logeeradres afgezet.

De reis heeft dan exact dertien uur en vijftien minuten gekost.

In de drie volgende dagen zien we de Eiffel toren, het Montmartre, een Parijs appartement en kroegjes waar ze bier voor €9,- durven te verkopen. We fietsen (!) langs de Champs-Élysées en doen niet-toeristische boodschappen in een niet-toeristische supermarkt. Dan boeken we online een lift en reizen van Parijs naar Brussel. Daar wandelen we langs Manneke Pis (lelijk ding) en UNO’en met gastvrouw Marta. Een dag later het Belgische boemel-treintje van Gare Bruxelles Central naar Roosendaal en voilà, we zijn weer aux Pays-Bas.

Het waren drie prachtige dagen liften en couchsurfen. De zon scheen. Parijs lag er schitterend bij en in Brussel verkopen ze échte Belgische bonbons. Maar naast al die bezienswaardigheden ontmoet je al couch surfend en liftend vooral veel nieuwe mensen. De shag rokende lifter die aanbeveelt eens naar zijn huis in Marseille af te reizen, de Amerikanen die ons na vier minuten tot hun ‘new best friends’ promoveren, Maria en Benoit die hun bank aanbieden om op te blijven slapen en Marta die met UNO, Scrabble & Rummikub op de proppen komt.

Vrijdagmiddag, even voor half vier. Drie dagen na Bushalte Langendijk. De zon schijnt niet meer, in plaats daarvan glijden druppels langs het raam naar beneden. ‘Dames en heren, over enkele ogenblikken station Hoogeveen. Reist u met de OV-chipkaart en is Hoogeveen uw eindbestemming, vergeet dan niet uit te checken. Over enkele ogenblikken, Station Hoogeveen’.

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 7: slotstuk

 

Gregory & Patrick

‘Ik zeg het je: een Lamborghini Huracán zal de plank vol-le-dig misslaan op een expositie als deze!’, roep ik mijn collega naast me geërgerd toe. ‘Merde! Kap nu toch eens met je wens auto’s tentoon te stellen op een beurs die niet voor niets gedoopt is tot ‘Festival de la Moto’ een paar jaar geleden!’ Ik kan mij de expositie van twee jaar geleden nog goed voor de geest halen. Patrick, de enorm gewaardeerde maar soms veel te koppige collega naast me, had een aantal nieuwe modellen van Aston Martin geregeld. Volgens hem zouden ze de expositie ‘alleen maar meer paardenkracht’ geven, zei hij dan met een knipoog. Het bleek een grote flop te zijn. Er waren zo goed als geen nieuwe kopers voor de prominente voertuigenbouwers en we leden dat jaar grote verliezen met de expositie. En nu wilde hij weer een Lamborghini!

Door Rick Terpstra

‘Greg, excusez-moi, ik moet niet telkens weer zo doordrammen. Laten we even rustig wat gaan eten bij het volgende tankstation in plaats van ruzie maken in een stoffige Renault Scenic op de ringweg rond Bruxelles.’ Hoorde ik dat nu goed? Biedt Patrick Chambeaux, de veteraan in het vak met zijn 57 jaren oud, mij, Greg, de nieuwkomer van 23 jaar, zijn excuses aan? En daarnaast een sandwich? Zonder dat hij het doorheeft schitteren mijn ogen, verborgen onder mijn splinternieuwe Ray-Ban. Ik draai de auto dus de parkeerplaats van de Texaco bij Bruxelles-Midi op. Mon dieu, denk ik terwijl ik uit de auto stap, de Renault Scenic is echt een zooitje. Dat dit überhaupt door het leven mag gaan als ‘auto van de zaak’.

Buiten op de parkeerplaats staan wat picknicktafels, er staat een speeltoestel en vooral veel vuilnisbakken. De zon brandt fel op het asfalt, maar toch besluiten we mijn sandwich en Patricks maaltijdsalade (ook zo’n typisch trekje van hem) aan één van de grijzige picknicktafels op te eten. Naast ons zit een jongen met een enorme backpack druk te bellen in een vreemde taal en verderop is een groepje Franse senioren in gesprek met hoogstwaarschijnlijk de vriend van de buitenlandse beller naast ons. ‘En?’, onderbreekt de één zijn telefoongesprek, vragend kijkend naar de ander. Deze schudt zijn hoofd en antwoord. Nu hoor ik het. Nederlands.

Terwijl Patrick zit te smullen van de zalm uit zijn maaltijdsalade stapt één van de twee, de prater, dus niet de beller, op ons af. ‘Bon appétit!’ klinkt het in keurig school-Frans en hij vraagt of wij richting Parijs gaan. Patrick kijkt nors op van zijn zo net nog heerlijke stukje vis. ‘We gaan richting Mons, wel die richting op dus! Jullie kunnen wel een stukje meerijden, ’t is alleen niet ver!’, antwoord ik, puur om Patrick te sarren. Patrick heeft een hekel aan lifters. Als kind van een rijke fabriekseigenaar heeft hij nooit iets anders dan luxe gekend. ‘Pas de problème,’ mompelt hij chagrijnig.

 

De jongens wachten keurig als trouwe Labradors tot we uit zijn gegeten en stappen dan bij ons in de ‘auto van de zaak’. We kunnen hem beter meteen omdopen tot ‘stofblik van de zaak’, wat een walgelijk stuk ijzer zeg. Aangezien onze woordenschat Nederlands nihil is, we te lui zijn om Engels te gaan proberen en de jongens hun Frans willen oefenen leggen we in onze eigen taal uit wat voor werk we doen. Dat we druk bezig zijn met het organiseren van een beurs voor motoren in Mons, België. Ik merk meteen dat dit ver buiten hun gebied van interesses valt dus ik probeer het gesprek te redden, en begin over hockey in Nederland. Als ik ergens een hekel aan heb, dan zijn het ongemakkelijke stiltes.

Hiermee start ik een soort fonetisch klinkerspel tussen mij en één van de jongens, Hollandse clubnamen op zijn Frans is nou niet mijn specialiteit. Ik hockey zelf op vrij hoog niveau en probeer ze uit te leggen dat ik al op meerdere plekken in Nederland was geweest. Bloemendaal was niet zo moeilijk, Rotterdam en Tilburg waren ook nog wel te doen. Maar na alle ondergane pogingen had ik in ons spel nooit meer punten gevangen voor Oranje-Zwart. Misschien moet ik als Belg toch maar meer gaan doen aan mijn Nederlands.

Het laatste tankstation voor Mons zet ik ze uit de auto. Ik wens ze veel succes en Patrick vertelt ze dat ze moeten kijken naar Franse kentekenplaten. Dat die auto’s vast wel richting Parijs gaan. ‘Wat een uitgestorven bedoeling hier man, hier zullen ze wel even blijven hangen,’ zeg ik. ‘Goed, is niet ons probleem,’ grijnst Patrick.

‘Misschien worden ze wel opgepikt door een Lamborghini Huracán.’

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 6: Gregory & Patrick

Alil

Heerlijk zo’n dag verlof. Geloof me, ik vind het geen probleem om mensen van Antwerpen Haven naar Antwerpen Zuid te brengen in mijn lijn 273, maar even een dag niet doet me altijd goed. Op een dag als deze was ik de gelukkige die de Mercedes-bus van het bedrijf mee mocht, zolang ik de tank maar vol zou gooien. Dan zou ik morgen kunnen doen wat ik wil met die bus. Komt enorm goed uit, eigenlijk wil ik morgen met mijn vrouw Jamilah even gaan shoppen in Rotterdam. Daar kennen ze namelijk korting en uitverkoop. Twee halen, één betalen, zulke stunts zeg maar. Die moeten hier in Antwerpen nog steeds uitgevonden worden. 

Door Rick Terpstra

Bij tankstation Texaco Haven in Antwerpen Noord zie ik ze lopen, twijfelend, een tikkeltje nerveus, maar vooral overduidelijk Hollands. Lange jongemannen met een joekel van een rugzak, met een bordje ‘Gent s.v.p.’. Lifters. Ik lach in mezelf, welke gek lift er nu vanuit Antwerpen Noord naar Gent?

Tankstation Antwerpen Noord

Kort heb ik oogcontact met één van de jongens, die vervolgens druk in discussie gaat met de ander. Het wordt me duidelijk dat de knoop is doorgehakt: juist wanneer ik weg wil rijden en mijn benzinemeter weer op 100% springt komt één van de twee op me aflopen. Of ik misschien richting het centrum ga. Eigenlijk laat ik ze altijd staan, lifters in Antwerpen. Maar na deze directe aanpak kom ik er niet onderuit. ‘Stap maar in jongens,’ zeg ik, waarna de jongen waarmee ik praat enthousiast naar de ander met de grote rugtas wuift.

Ze stellen zich voor als Geert en Rick, alhoewel, iets in die richting. Vooral van de eerste naam ben ik niet zeker. Ze leggen uit dat dat niet erg is, dat de naam enorm Hollands is. Ik vertel ze dat ik Alil heet. Om het gemakkelijk te houden noem ik maar één deel van mijn volledige naam, ze zitten toch maar even bij me in de auto. Ze willen graag liften richting Genk en als dit niet lukt dan zit er niets anders op dan naar Brussel te liften. Ik weet precies waar ik ze af moet zetten, deze tien minuten gezelschap doen me goed.

‘U bent dus een…’ zegt er één opeens. ‘Marokkaan!’, vul ik hem trots aan. Enigszins geschrokken en ongemakkelijk lachend kijken de knullen me aan. ‘Sorry, dat wilde ik niet zeggen! Ik bedoelde dat u buschauffeur bent!’, volgt er lachend. Ik kan er wel om lachen, ik ben trots op mijn afkomst, maar ook om mijn baan. ‘Ook dat!’, vertel ik ze trots.

De oprit naar de ringweg komt in zicht, ik vertel ze waar ze het beste kunnen gaan staan. Ze zijn me duidelijk dankbaar, ach, het scheelde ze ook weer een half uur lopen. Een of andere vreemde Hollander was zo slim geweest om ze in de Haven af te zetten. Ik weet wel beter. Vanaf dit punt hebben ze binnen enkele minuten een lift te pakken richting het zuiden. Ze bedanken mij nog drie keer met een lach en wensen me veel plezier in Rotterdam.

Want dat kennen ze dus niet in België, twee voor de prijs van één.

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 3: Alil.

Wim

Het stoplicht springt op groen. Wim geeft gas en draait zijn Renault Modus de A16 op. Hij rijdt vanuit Breda, via Antwerpen, naar een studente in Hulst. Aan het haakje op de achterbank hangt zijn pak, op de passagiersstoel staat de aktetas en door de auto klinkt de pianomelodie van radio 4. Op de oprit van de snelweg staan twee jongens met de duim omhoog, een kartonnen bordje met ‘Antwerpen > Gent’ in de hand. Wim twijfelt niet, remt af en doet zijn raampje open. ‘Ik kan jullie meenemen tot het laatste tankstation voor Antwerpen’, zegt hij.

Dolgelukkig gooien we de backpack op de achterbank en stappen we in. 

2014-04-01 09.38.03

Wim is eind zestig, inmiddels gepensioneerd, maar werkt nog altijd twee dagen per week voor de universiteit van Tilburg. Hij is gespecialiseerd in facility management, de studente waar hij nu naar toe op weg is loopt stage bij een plaatselijke bank. ‘Die doet zo goed d’r best dat ik er wel voor naar Hulst wil rijden’, zegt-‘ie terwijl hij de radio zachter draait. ‘De kortste weg daarnaartoe is via Antwerpen’.

Na de middelbare school heeft Wim de ALO gedaan en een aantal jaren gymles gegeven op een middelbare school. ‘Ik had al heel gauw het idee dat ik daar weg moest, die scholieren en ik waren geen beste maatjes’, lacht hij. Hij ging naar Amerika om zich om te laten scholen en geeft sindsdien les in Tilburg. Hij is getrouwd, heeft drie kinderen en acht kleinkinderen. Zijn ouders hebben elkaar in de oorlog leren kennen, hij was vliegenier voor Engeland en zij werkte in het Belgische verzet. Na de oorlog kwamen daar Wim en zijn broers uit voort. Wat ’n romance, niet?

‘Maar genoeg over mijn ouders en hun oorlogsverleden’, knikt Wim weemoedig, ‘waarom zijn jullie aan het liften?’. ‘Om goedkoop op vakantie te kunnen’, grijnst Rick. ‘U bent de allereerste waar we mee meeliften. We hebben vanaf een bushalte in Breda een halfuur gelopen naar deze snelwegoprit. Daar hebben we vijf minuten gestaan, er kwamen maar zeven auto’s voorbij voordat u ons meenam.’

Vroeger liftte Wim altijd. ‘Iedereen deed het’, zegt hij. ‘Toen de studentenkaart werd ingevoerd hield dat op. Als er nu jonge mensen langs de kant van de weg staan neem ik ze altijd mee, maar echt vaak zie ik ze niet meer.’

We passeren een tankstation. Antwerpen is nog maar 15 kilometer, zegt de TomTom. ‘Wees gerust, er komt nog een tankstation’, roept Wim. Maar als we dichterbij Antwerpen komen blijkt er geen tankstation meer op de route te zijn. Wim moet nog vóór de ring van Antwerpen rechtsaf, richting Hulst. Via een groot knooppunt rijden we de snelweg af. ‘Helaas, maar ik zal jullie hier uit moeten zetten. Als je hier de snelweg oversteekt (!), is er een oprit richting Gent, daar moeten jullie heen’, zegt Wim.

We stappen uit. Wim rijdt weg. Vol van de adrenaline van deze eerste lift óóit kijken we om ons heen. Verderop is een verlaten tankstation, op de bewegwijzering staat: ‘Antwerpen Haven, 101-161’. Vrachtwagens met zeecontainers rijden af en aan, verder is er geen verkeer.

‘Hoe gaan we vanaf hier in godsnaam een lift richting Gent vinden?’, zeggen we tegen elkaar.

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 2: Wim.

Wim in de auto