Bruno

De zon glinstert op de motorkap van m’n metallic-zwarte Mercedes E-klasse. Door de airco houd ik mijn hoofd – en de leren bekleding – koel. Pas over twee uur heb ik de volgende meeting, dus zet ik de cruise control af en stop ik voor Mechelen bij een tankstation voor een broodje deLuxe.picknickbank

Op een picknickbank naast het tankstation zitten twee jongens met een hele grote backpack. Ze spreken iedereen die het tankstation binnenloopt aan. ‘Rijdt u richting Brussel? Wij liften naar Parijs, mogen wij misschien een stukje meerijden?’ -‘Sorry, maar wij moeten er bij Mechelen al af’, hoor ik een van de voorbijgangers zeggen. ‘Ja, ja’, zeggen de twee tegen elkaar als ik voorbij loop; ‘bij Mechelen al van de snelweg af, maar hier uitgebreid broodjes eten. Verdacht…’

De twee spreken mij niet aan, dus stap ik maar op hen af. ‘Ik moet naar Brussel, willen jullie een stukje meerijden?’ Ik zie de verbazing in hun ogen als ik naar mijn Mercedes knik.

De verbazing wordt alleen maar groter als we op de snelweg zitten en ik de twee vertel dat deze auto volgende week wordt ingewisseld voor een nieuwe. ‘Ik werk bij een grote bank in Brussel als accountant, daar mag je elke twee jaar een nieuwe wagen uitzoeken..’ In mijn nek voel ik jaloerse blikken terwijl ik geluidloos optrek naar ruim honderdvijftig kilometer per uur.

Gelukkig hoeven we het niet alleen over auto’s te hebben, want zo interessant vind ik de PK’s in mijn Mercedes helemaal niet. Liever praat ik over mijn passie voor wielrennen, ‘dat doen jullie in Nederland bijna niet hè?’. ‘In Nederland voetbalt iedereen’, zegt een van de twee jongens. ‘Zeker en vast, aankomend weekeinde ga ik de 270 km van de ronde van België fietsen’, glimlach ik. Maar de twee hebben helemaal niet gehoord wat ik dit weekeinde ga doen. ‘Zeker en vast?’, vraagt er een verbaast. ‘In Nederland zeggen we altijd “vast en zeker”’

We zijn zo gezellig aan het kletsen over de wielertocht en de verschillen tussen België en Nederland dat ik besluit ze tot voorbij Brussel te brengen, ik hoef toch pas over ruim een uur bij mijn afspraak te zijn. Zodra we de ringweg van de Belgische hoofdstad voorbij zijn en de snelwegen alleen nog maar naar het zuiden leiden, stop ik bij een tankstation.

Ik geef de twee een hand. ‘Ik hoop dat jullie Parijs halen!’, glimlach ik.

‘Vast en..’, wil een van de twee zeggen, maar wordt onderbroken door de ander: ‘Zeker en vast’.

‘Zeker en vast!’

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 5: Bruno.

 

Julie

Amai, amai. Die camion komt maar met moeite weer op snelheid. Het gevaarte, met Turks kenteken, rijdt juist weg bij twee lifters. Verslagen staan de twee met het bordje ‘Gent’ in de hand langs de oprit. Ik twijfel, want heb nooit eerder lifters meegenomen. Allé, ik doe ’t gewoon. Deze twee jochies gaan mijn portemonnee sowieso niet stelen. ‘Ik moet naar Mechelen, willen jullie meerijden?’

Een van de twee stapt voorin. ‘De lege colaflesjes op de passagiersstoel mag je wel op de grond gooien’, grinnik ik. Achterin schuif ik de stapel papieren en het verdwaalde zakje krentenbollen – god hoe lang ligt dat er al? – snel onder m’n jas.

We rijden weg. Een van de twee jongens heeft de kaart al op schoot. ‘Mechelen hè? Als je ons op het laatste tankstation voor de afslag af kunt zetten, liften we vanaf daar verder naar Parijs!’, zegt de jongen vanaf de achterbank. Van verrassing druk ik de pook in de verkeerde versnelling, ‘Parijs? Wat gaaf zeg! Het is dat ik naar mijn zieke moedertje moet, anders had ik jullie wel willen brengen. Ik heb wel zin in ’n roadtripje’, mijmer ik .

Ik vertel de twee jongens eerlijk dat ik ze eigenlijk niet zo goed mee durfde te nemen. ‘Lifters stelen je portemonnee, daarna zie je ze nooit meer terug’, vrees ik altijd. ‘Het is dat die camion zo raar aan ’t doen was, wat gebeurde daar eigenlijk?’, vraag ik.

Dat was een Turkse chauffeur die voor ons stopte, vertelt een van de jongens. ‘Toen ik de passagiersdeur open deed en zei dat we naar Gent wilden, riep hij alleen: “Rotterdam, jullie Rotterdam?” Intussen blokkeerde hij de hele oprit en toen hij weg wilde rijden kwam de grote vrachtwagen maar moeizaam weer op gang. Best eng.’

‘Amai, goed dat jullie daar niet zijn ingestapt zeg. Ik ben ook helemaal niet zo avontuurlijk hè’, glimlach ik de twee toe. ‘Een vriendin van mij is wel heel avontuurlijk, zij gaat echt dagen door de jungle wandelen. Laatst was ze op survival in Afrika en ging ze een stuk wandelen met een gids. Die gids zou terug naar het kamp, maar zij wilde verder wandelen. Dus liep ze in haar eentje  het bos in. Maar ze verdwaalde en kwam uit bij een spoorbaan. Úren wandelde ze langs dat spoor voordat er een trein langskwam. De machinist stopte toen ze naar hem wuifde. De beste man viel bijna van z’n trein toen ze zei dat ze daar al uren gelopen had. “Er lopen hier beren en tijgers, het is een wonder dat je nog niet opgegeten bent!”. Bizar verhaal hè? Zo avontuurlijk ben ik dus niet!’

‘Maar lifters zal ik vaker meenemen. Eigenlijk best gezellig, vinden jullie niet?’. We zijn al bij het laatste tankstation voor Mechelen: flesje water, sigaretje, op een selfie met de twee jongens en dan door naar mijn zieke moedertje.

Selfie met Julie
Selfie met Julie

‘Dit is mijn nummer, sturen jullie een sms’je als jullie Parijs gehaald hebben?’

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 4: Julie.

Alil

Heerlijk zo’n dag verlof. Geloof me, ik vind het geen probleem om mensen van Antwerpen Haven naar Antwerpen Zuid te brengen in mijn lijn 273, maar even een dag niet doet me altijd goed. Op een dag als deze was ik de gelukkige die de Mercedes-bus van het bedrijf mee mocht, zolang ik de tank maar vol zou gooien. Dan zou ik morgen kunnen doen wat ik wil met die bus. Komt enorm goed uit, eigenlijk wil ik morgen met mijn vrouw Jamilah even gaan shoppen in Rotterdam. Daar kennen ze namelijk korting en uitverkoop. Twee halen, één betalen, zulke stunts zeg maar. Die moeten hier in Antwerpen nog steeds uitgevonden worden. 

Door Rick Terpstra

Bij tankstation Texaco Haven in Antwerpen Noord zie ik ze lopen, twijfelend, een tikkeltje nerveus, maar vooral overduidelijk Hollands. Lange jongemannen met een joekel van een rugzak, met een bordje ‘Gent s.v.p.’. Lifters. Ik lach in mezelf, welke gek lift er nu vanuit Antwerpen Noord naar Gent?

Tankstation Antwerpen Noord

Kort heb ik oogcontact met één van de jongens, die vervolgens druk in discussie gaat met de ander. Het wordt me duidelijk dat de knoop is doorgehakt: juist wanneer ik weg wil rijden en mijn benzinemeter weer op 100% springt komt één van de twee op me aflopen. Of ik misschien richting het centrum ga. Eigenlijk laat ik ze altijd staan, lifters in Antwerpen. Maar na deze directe aanpak kom ik er niet onderuit. ‘Stap maar in jongens,’ zeg ik, waarna de jongen waarmee ik praat enthousiast naar de ander met de grote rugtas wuift.

Ze stellen zich voor als Geert en Rick, alhoewel, iets in die richting. Vooral van de eerste naam ben ik niet zeker. Ze leggen uit dat dat niet erg is, dat de naam enorm Hollands is. Ik vertel ze dat ik Alil heet. Om het gemakkelijk te houden noem ik maar één deel van mijn volledige naam, ze zitten toch maar even bij me in de auto. Ze willen graag liften richting Genk en als dit niet lukt dan zit er niets anders op dan naar Brussel te liften. Ik weet precies waar ik ze af moet zetten, deze tien minuten gezelschap doen me goed.

‘U bent dus een…’ zegt er één opeens. ‘Marokkaan!’, vul ik hem trots aan. Enigszins geschrokken en ongemakkelijk lachend kijken de knullen me aan. ‘Sorry, dat wilde ik niet zeggen! Ik bedoelde dat u buschauffeur bent!’, volgt er lachend. Ik kan er wel om lachen, ik ben trots op mijn afkomst, maar ook om mijn baan. ‘Ook dat!’, vertel ik ze trots.

De oprit naar de ringweg komt in zicht, ik vertel ze waar ze het beste kunnen gaan staan. Ze zijn me duidelijk dankbaar, ach, het scheelde ze ook weer een half uur lopen. Een of andere vreemde Hollander was zo slim geweest om ze in de Haven af te zetten. Ik weet wel beter. Vanaf dit punt hebben ze binnen enkele minuten een lift te pakken richting het zuiden. Ze bedanken mij nog drie keer met een lach en wensen me veel plezier in Rotterdam.

Want dat kennen ze dus niet in België, twee voor de prijs van één.

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 3: Alil.

Wim

Het stoplicht springt op groen. Wim geeft gas en draait zijn Renault Modus de A16 op. Hij rijdt vanuit Breda, via Antwerpen, naar een studente in Hulst. Aan het haakje op de achterbank hangt zijn pak, op de passagiersstoel staat de aktetas en door de auto klinkt de pianomelodie van radio 4. Op de oprit van de snelweg staan twee jongens met de duim omhoog, een kartonnen bordje met ‘Antwerpen > Gent’ in de hand. Wim twijfelt niet, remt af en doet zijn raampje open. ‘Ik kan jullie meenemen tot het laatste tankstation voor Antwerpen’, zegt hij.

Dolgelukkig gooien we de backpack op de achterbank en stappen we in. 

2014-04-01 09.38.03

Wim is eind zestig, inmiddels gepensioneerd, maar werkt nog altijd twee dagen per week voor de universiteit van Tilburg. Hij is gespecialiseerd in facility management, de studente waar hij nu naar toe op weg is loopt stage bij een plaatselijke bank. ‘Die doet zo goed d’r best dat ik er wel voor naar Hulst wil rijden’, zegt-‘ie terwijl hij de radio zachter draait. ‘De kortste weg daarnaartoe is via Antwerpen’.

Na de middelbare school heeft Wim de ALO gedaan en een aantal jaren gymles gegeven op een middelbare school. ‘Ik had al heel gauw het idee dat ik daar weg moest, die scholieren en ik waren geen beste maatjes’, lacht hij. Hij ging naar Amerika om zich om te laten scholen en geeft sindsdien les in Tilburg. Hij is getrouwd, heeft drie kinderen en acht kleinkinderen. Zijn ouders hebben elkaar in de oorlog leren kennen, hij was vliegenier voor Engeland en zij werkte in het Belgische verzet. Na de oorlog kwamen daar Wim en zijn broers uit voort. Wat ’n romance, niet?

‘Maar genoeg over mijn ouders en hun oorlogsverleden’, knikt Wim weemoedig, ‘waarom zijn jullie aan het liften?’. ‘Om goedkoop op vakantie te kunnen’, grijnst Rick. ‘U bent de allereerste waar we mee meeliften. We hebben vanaf een bushalte in Breda een halfuur gelopen naar deze snelwegoprit. Daar hebben we vijf minuten gestaan, er kwamen maar zeven auto’s voorbij voordat u ons meenam.’

Vroeger liftte Wim altijd. ‘Iedereen deed het’, zegt hij. ‘Toen de studentenkaart werd ingevoerd hield dat op. Als er nu jonge mensen langs de kant van de weg staan neem ik ze altijd mee, maar echt vaak zie ik ze niet meer.’

We passeren een tankstation. Antwerpen is nog maar 15 kilometer, zegt de TomTom. ‘Wees gerust, er komt nog een tankstation’, roept Wim. Maar als we dichterbij Antwerpen komen blijkt er geen tankstation meer op de route te zijn. Wim moet nog vóór de ring van Antwerpen rechtsaf, richting Hulst. Via een groot knooppunt rijden we de snelweg af. ‘Helaas, maar ik zal jullie hier uit moeten zetten. Als je hier de snelweg oversteekt (!), is er een oprit richting Gent, daar moeten jullie heen’, zegt Wim.

We stappen uit. Wim rijdt weg. Vol van de adrenaline van deze eerste lift óóit kijken we om ons heen. Verderop is een verlaten tankstation, op de bewegwijzering staat: ‘Antwerpen Haven, 101-161’. Vrachtwagens met zeecontainers rijden af en aan, verder is er geen verkeer.

‘Hoe gaan we vanaf hier in godsnaam een lift richting Gent vinden?’, zeggen we tegen elkaar.

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 2: Wim.

Wim in de auto

Bushalte Langendijk

Bus 5. Halte Langendijk. Dat is waar het gebaande pad ophoud te bestaan. De intercity vertrok die ochtend volgens dienstregeling, de bus reed op tijd. Maar daar, dinsdagochtend om negen uur, is er plots niets meer. Het enige gebaande pad is het met vilstift beschreven karton in de rugtas: ‘E19, richting Parijs’.

De bus rijdt verder. Links en rechts zijn een aantal parkeersplaatsen en voor ons is de laatste bebouwing van Breda. Een mevrouw loopt met een hond een parkje in. Uit de richting van het park klinkt het geluid van optrekkende auto’s, door de bomen zien we het rood en groen van de stoplichten bij de rondweg. ‘Daar moeten we heen’, zegt Rick.

Een paar weken geleden onstond het idee om eens liftend en couchsurfend (letterlijk: bij mensen thuis op de bank slapen) door Europa te trekken. Rick en ik. ‘Tsja, waar willen we dan heen?’. Spanje, Frankrijk, Italie, Zwitserland. Overal wilden we wel heen. Maar de werkelijkheid bleek wat ingewikkelder: alleen Utrecht – Barcelona is al 1500 km, wat betekent dat je minstens 14 uur met een wildvreemde mee moet rijden. Misschien wat ambitieus voor ’n eerste keer.

image

Daarom een helder en uitvoerbaar plan de campagne: dinsdagochtend om 5.44 met de trein vanuit Hoogeveen naar Breda, vanaf daar liftend naar Parijs. Twee dagen later terugliften Brussel, een nachtje daar en vrijdagavond vóór het avondeten terug in Hoogeveen.

We staan voor halte Langendijk aan de rand van Breda. Dinsdagochtend, negen uur. De backpack op de rug. In de verte de stoplichten van de rondweg. ‘On y va’.

Rick en Tjeerd gingen tussen de tentamens door low-budget op vakantie: per lift en bij mensen thuis op de bank reisden ze langs de hoofdsteden van Frankrijk en België. De komende dagen hier een reisverslag door de ogen van de mensen die ze ontmoetten. Vandaag deel 1: Bushalte Langendijk.

2013

’t Kindeke Jezus is geboren, oud-en-nieuw staat voor de deur en met de #top2000 op de achtergrond worden er louter tophits gedraaid. Met die oudjaarsvreugde komen de lijstjes: ‘De beste foto’s van 2013’, ‘Het jaar in bomexpolosies’. Je voelt-‘m aankomen: ook ik vind het tijd voor een terugblik op dit jaar vol seks, drugs en rock ‘n roll. Grapje.

Midden in de Franse Alpen proost ik een jaar geleden op een voorspoedig 2013. Met knikkende knieën maak ik daar mijn eerste bochtjes op een blauwe piste, om drie maanden later met duizelingwekkende snelheden van bergen te kunnen razen.

Aardappels schillen

Maar zoals zo vaak in het leven gaat het ook in de Alpen niet alleen om het skiën. ‘Als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat’ hoor ik zo vaak dat ik het zelf ga geloven. Terwijl ik in die wintersportmaanden met de collega’s hotelkamers schoonmaak of aardappels schil, denk ik na over de studie die ik wil gaan doen. ‘Journalist worden zonder journalistiek te studeren’, is het idee. Zo komt het dat ik mij vanuit de bergen op een zonnige dag online inschrijf voor Bedrijfskunde in Groningen. Ik word ingeloot.

Terwijl een burgeroorlog in Syrië levens eist en de FYRA een hopeloze trein blijkt, zet ik terug in Nederland mijn eerste serieuze journalistieke stappen tijdens de eindexamens van 2013. Elke dag het hoofdkantoor van NU.nl en de radiostudio van SLAM!FM: tijdens die weken in mei word ik er verliefd op. ‘Later als ik groot ben…’ Geen grapje.

Nieuwe vrienden

Zo zou dit verhaal nog uren voort kunnen kabbelen. Over het plan om vakantiewerk in Frankrijk te gaan doen dat eindigde in knallende ruzie over geld. Over de verhuizing naar Groningen, de KEI-week, mijn baantje als kassier bij de Albert Heijn, de nieuwe vrienden die ik maakte, de stukjes die ik schreef en de terrassen waar ik zat. We kunnen het hebben over de rondjes die ik hardliep of de kilometers die ik skeelerde. Ik kan beginnen over die eerste keer dat ik alleen mocht autorijden of over de talloze ritjes die volgden.

We kunnen praten over mijn vader, mijn moeder, of over hun scheiding. Over pake of over beppe. Mijn zusjes, de puberende schatten dat het zijn. We kunnen het hebben over de roeivereniging waar ik even roeide en over het Groningse studentenleven waar ik in belandde. Ik kan vertellen over dieptepunten, zoals de dood van oud-Scholieren.com-hoofdredacteur Simon. Of ik begin over het verhaal van de boze buurvrouw en de politieagenten tijdens onze housewarming.

2014

Als al die hoogtepunten zijn besproken en alle misverstanden uitgebreid zijn toegelicht, kan ik nog praten over de herfststormen. Over de studieboeken die ik moet lezen. Over die keer dat ik een OV-fiets huurde. Over het promotiewerk dat ik doe, de bijles die ik geef, de boot naar Ameland die altijd een ongekende aantrekkingskracht op me heeft.

Net wat ik zeg: ik kan zonder problemen nog uren doorgaan. Maar wat schieten we ermee op? Ik praat al zoveel. 2013 was een fantastisch jaar. 2014 belooft *werpt blik in agenda* al minstens net zo mooi te worden.

Wie weet, dan toch nog die seks, drugs en rock ’n roll?

‘Kan ik u helpen?’

“Koopzegels? Nee zeker? Daar moet je minstens dertig jaar ouder voor zijn”, “fijne dag verder! Eet smakelijk alvast, maar dat komt vast goed met die stamppot rouwe andijvie op het menu!”, “U kon de Mona-pudding ook niet laten staan, mevrouw? Het is ook niet duur, voor €1,13 eet het hele gezin toetje vanavond!”

Mijn nieuwe baantje heeft dat bij me losgemaakt waarvan ik niet wist dat ik het in me had: mensenkennis. Zo nu en dan tref ik iemand die me na twee woorden volledig lijkt te doorgronden en wiens blik dwars door me heen kijkt. Hoewel ik vooral zenuwachtige trekjes begin te vertonen in het bijzijn van zo’n blok mensenkennis, zou ik die gave zelf ook graag willen hebben. Maar als ik, om maar wat te noemen, in een kledingwinkel een praatje maak met de verkoopster, doorzie ik niet meteen of ze verkering heeft, hoeveel ze op d’r bankrekening heeft staan en wat haar diepste geheim is.

Kan ik u helpen?Boodschappenmandjes

Op het eerste gezicht doe je als caissière niets anders dan zoveel mogelijk barcodes in zo weinig mogelijk tijd langs een scanner halen en een aantal zinnen (denk aan ‘hebt u een bonuskaart?’ en ‘wilt u een bonnetje mee?’) in de juiste volgorde opdreunen. Maar juist doordat die handelingen na twee middagen kassa draaien al geen denkwerk meer kosten, blijven er een heleboel hersencellen over om aan iets anders te besteden. Zoals het analyseren van de mensen aan de kassa.

Er is namelijk weinig zo veelzeggend als de boodschappen in iemands karretje. Vergeleken met normale situaties zijn er ineens een heleboel extra factoren om uit op te maken hoe iemand in elkaar steekt. Overvol mandje (koopt altijd veel meer dan de bedoeling is) of nagenoeg leeg karretje (méér ’n ALDI-budget)? Diepvriesgroenten (de eeuwige student) of verse pastasalade (decadent)? Bonuskaart aan ’n bos vol Mercedes-autosleutels of van onderuit een beschimmeld voorvakje? Pinnen of cash?

‘Transactie geweigerd’

Toegegeven, een pinpas zegt weinig over iemand als mens. Het wordt wél interessant als het saldo op die pas ontoereikend blijkt en er vervolgens fluisterend gevraag wordt of er een pak yoghurt vanaf kan, omdat het dan ‘misschien wel lukt’. Wat contact geld betreft: iedereen die daar meer dan twintig euro van in de portemonnee heeft hoort bij de categorie ‘interessant’.

Het Bonnetje (neuroot) of géén bonnetje (chaoot)? De theorie van de neuroot gaat overigens niet op als de klant boodschappen voor de gehandicapte dan wel stokoude buurvrouw doet: dat soort buurvrouwen willen nu eenmaal altijd een bonnetje. En koopzegels.

Eerste date of getrouwd?

Koopzegels (grijs haar) of niet (de rest van de Nederlanders)? Diepvriespizza (eenzaam) of verse groenten met biefstuk en een flesje wijn (verkering)? Datzelfde flesje wijn met de ingrediënten voor een uitgebreid diner (eerste date) of een kilo-zak aardappelen, koffiefilters en aanmaaklimonade (getrouwd)?

En nu we het toch over verkering hebben, daar valt een hele hoop over te zeggen aan de kassa: mannen die hun bier apart af moeten rekenen of alles in tassen staan te pakken terwijl vrouwlief aan het Whatsappen is zitten ernstig onder de plak. Vrouwen, daarentegen, die op vrijdagmiddag met drie jengelende peuters aan de kassa staan doen toch ook ergens iets verkeerd.

Al die kleine dingen bij elkaar geven een perfect beeld van de tientallen klanten die per uur langs mijn kassa komen. Diepe geheimen ontrafel ik er waarschijnlijk niet mee, maar het is een mooi bruggetje naar die oh-zo-gewilde gave: mensenkennis.

Spaart u zegels voor onze handdoekenactie?

Ongelooflijk maar waar (over een vrolijk Frans leven)

Het is ongelooflijk maar waar: vandaag is het negentien maart tweeduizenddertien. Even ongelooflijk en zeker niet minder waar is het feit dat ik nooit eerder zo’n stukje voor jullie heb getikt tijdens mijn tijd in Frankrijk. Het was vijftien december, inmiddels dus alweer ruim drie maanden geleden, toen ik Nederland uitzwaaide en in het vliegtuig stapte naar een Frans wintersportoord. Niet wetende wat mij te wachten zou staan.

Even ongelooflijk zal het voor jullie zijn dat ik dit stukje zit te tikken op het balkon van ons riante appartement, met uitzicht op de rode piste, terwijl de zon schijnt zodat ik de letters op mijn laptopscherm maar met moeite kan lezen. Maar het zal de overtreffende trap van ongelooflijk voor jullie zijn dat dit schitterende uitzicht weinig bijzonder voor mij is.

Ik kan het zo wegtekenen: rondom ons chalet de vier andere chalets van de résidence. Dan, op nog geen honderd meter afstand het liftgebouwtje met de instapplaats van de zespersoons-stoeltjeslift. De lift die een ruime honderd meter in hoogte stijgt, waarna hij uit mijn blikveld verdwijnt. Rechts naast de lift de rode piste, de dalafdaling. De piste met het bordje ‘for good skiers only’. De piste die ik de eerste anderhalve maand niet durfde te beskiën, maar waarlangs ik nu met gesloten ogen en gemiddeld zestig km/h zonder problemen naar beneden kom. Omdat het vannacht gesneeuwd heeft zijn alle bruine plekken weer verdwenen. Het skigebiedje waar de zespersoons-stoeltjeslift naar leidt, kan ik dromen. Elke hobbel, elke kuil en elke lift paal ben ik talloze keren in talloze omstandigheden gepasseerd.

Het is ongelooflijk hoeveel ik hier al meegemaakt heb. Ik heb kerst gevierd en het nieuwe jaar ingeluid. Ik heb me helemaal de barsten gewerkt en ik heb hele middagen op de piste gestaan. Ik ben talloze keren gevallen en me er regelmatig over verbaasd dat ik nog niets gebroken heb. Ik ben een behoorlijke skiër geworden, terwijl ik niets kon op de latten toen ik hier de vijftiende van december binnen kwam lopen. Ik heb wekenlang een hotelkamer met collega Daan gedeeld en ik heb tot half drie ’s nachts op hotelgasten gewacht. Ik heb ruzie met collega Anouk gemaakt, maar ben daarna weer vriendjes met Anouk geworden. Laat het d’r niet horen.

Ik heb leren kaarten, koken, skiën, schoonmaken, incasseren, sneeuwruimen, loslaten en vastbijten. Ik heb een beetje beter Frans leren praten. Ik heb geleerd om aardig te doen en ik heb geleerd om juist helemaal niet aardig te doen. Ik moet alleen het zemelen nog wel afleren, zeggen ze.

Eigenlijk komt dit alles maar op één ding neer: ik weet een beetje beter wat ik wil. Achttien juli tweeduizendtwaalf schreef ik dat ik niet weet wat ik in het tussenjaar wil doen en dat ik niet weet wat ik na het tussenjaar wil studeren, zo las ik net in mijn notitieboekje.

Nu weet ik het wel: ik ga op zoek naar een kamer en na de zomer vertrek ik naar Groningen. Bedrijfskunde aan de Universiteit: dat zal het worden. Het heeft veel gesprekken, goede adviezen, tests en oefeningen nodig gehad, maar nu heb ik mijn keuze gemaakt.

Het is ongelooflijk maar waar: het is vandaag negentien maart tweeduizenddertien. Dertig maart sluit het skigebied en daarmee stopt ook het skiën. Nog maar een paar dagen. Twaalf april ben ik weer terug in Nederland. Nog maar een paar weken.

Ongelooflijk. Maar waar.

 

Foto’s zien? Hier! 

Wij zijn de applausgeneratie

Ik surf naar Facebook. Een van mijn vrienden heeft een foto van het konijn van zijn zusje gepost. Vierendertig likes. Een andere vriend plaatste de status “Vanavond parrrrty! Chill man!”. Achttien likes en zeven positieve reacties.

We zijn hier getuige van de applausgeneratie. Een vreselijke generatie waar ik zelf bij hoor.

Vraag je ouders voor de grap eens om je kleutertekeningen. Ieder huishouden heeft dozen vol met kleutertekeningen. De één nog lelijker dan de ander, maar elke nieuwe creatie werd thuis met luid gejuich onthaald. De doos is “voor als je later groot bent, dan mag je het houden.”

En daar zitten we nog op te wachten ook, als applausgeneratie. Want sinds je ouders lyrisch reageerden toen je voor het eerst op het potje plaste, ben je verslaafd aan die bevestiging.

Jong & geweldig

Iedereen onder de achttien met een eigen laptop en een smartphone hoort bij de applausgeneratie. We zijn altijd sneller dan onze ouders geweest op de computer en we kijken al vanaf de peuterspeelzaal naar Pokémon. Ik erger me aan de applausgeneratie omdat ik mezelf erin herken. Ook ík hunker de hele dag naar aandacht en complimenten en doe alles om te laten zien hoe bijzonder ik wel niet ben.

Hoe gaat dit verder? Lees het hele verhaal op scholieren.com, en wel hier.

Beertje Colargol op avontuur

De Grote Baas komt naar me toe. ”Beertje Colargol, zou jij de melk even voor me kunnen pakken?” Ik kijk hem verbaasd aan. Hij giert het uit van het lachen. Ik sta wat onhandig met een pak melk in mijn handen te wachten tot het lachen over is. ”Je lijkt gewoon op Beertje Colargol,” zegt hij schaterend.

Tjeerd (de blogger die jullie al twee jaar lastigvalt) is geslaagd en neemt een tussenjaar. Momenteel vertoeft hij vier maanden in een Frans wintersportoord waar hij werken en skiën combineert. Op Scholieren.com lucht Tjeerd z’n hart over het harde werken en zijn belevenissen op de pistes.

Minder huilbuien

Ik heb dus besloten om in een wintersportoord te gaan werken. Van tevoren heb ik een keer met de baas en bazin af kunnen spreken, omdat ze toevallig in Nederland waren. Het was een goed gesprek en we spraken af dat ik van december tot april bij hen aan de slag zou gaan. Vanaf dat moment was het afwachten waar ik terecht zou komen. Ik was zenuwachtig over de collega’s, het weer, de pistes en het skiën.

Hoe gaat dit verder? Lees het hele verhaal op scholieren.com, en wel hier.