Categorie archief: Uncategorized

Rijles in een Mercedes

Mijn linkervoet op de koppeling, mijn rechtervoet trillend boven het gaspedaal. De radio gaat aan en op het schermpje verschijnt: Q-music Flitslocaties.

Voor het eerst in mijn leven draai ik legaal een contactsleutel om. De motor is meteen aan.

Ik ruik niet langer alleen maar de krentenbollen van de instructeur, maar ook een vleugje benzine. Hij duwt de pook in de eerste versnelling en het enige wat ik moet doen is ‘de lantaarnpaal en het stoeprandje ontwijken’. Ik zie hoe het gaspedaal door de instructeur ingedrukt wordt en ik ontwijk de lantaarnpaal en het stoeprandje.

Ik mag het gaspedaal nu zelf indrukken. Hij schakelt. We rijden de straat uit. Koppeling – gas – versnelling twee. Ik druk ’t gas in en met een hoop gegrom en gebrul trekt de Mercedes op. Ik druk het gas verder in en de snelheidsmeter vliegt van de tien, naar twintig, richting dertig, voorbij de veertig en eindigt vlak boven de vijftig kilometer per uur. We halen een fietser in.

Hoe gaat dit verder? Lees het hele verhaal op scholieren.com, en wel hier.

Ik pleeg Twitter-zelfmoord

Het regent, het is mistig en ik zit met de laptop op schoot in de woonkamer. De twitterapplicatie op mijn laptop vernieuwt elke drie seconden het beeld.

De tweets stromen als rode bloedlichaampjes de hartkamer binnen. Mijn vingers ratelen over het toetsenbord en spuwen de meest komische letter- en woordencombinaties het wereldwijde web op.

Terwijl ik mentions beantwoord, tweets retweet en geniale ingevingen omzet in tweets, denk ik na over het nut van Twitter. Over de zin van Twitter – dat gaat ongeveer op dezelfde manier als nadenken over de zin van het leven: het eindigt in het niets.

Ik maakte mijn account anderhalf jaar geleden aan uit nieuwsgierigheid. Van het volgen van BN’ers ging het naar socializen met vrienden, om te eindigen bij (verwoede?) pogingen grappig over te komen.

Hoe gaat dit verder? Lees het hele verhaal op scholieren.com, en wel hier.

2011. Een jaar dat voorbij vloog

Sylvia Witteman schreef zaterdag in het Volkskrant Magazine een column over vooruitblikken. Strekking van Sylvia’s verhaal: vooruitblikken kan niet en bij gebrek aan beter hebben we daarom het terugblikken uitgevonden. Hoewel dat terugblikken een wat slap aftreksel van het vooruitblikken is heb ik er geen moeite mee en blik ik met veel plezier terug op het jaar 2011. Mijn 2011.

Voor wie iets wil weten over de wereldeconomie, overleden dictators, opstanden en natuurrampen raad ik aan te googelen naar ‘NOS Jaaroverzicht’.

Want mijn 2011 was het jaar dat ik van vijf vwo naar zes vwo ging. Het was het jaar waarin ik voor elke toetsweek een planning maakte waar ik me vervolgens niet aan hield. Het was het jaar waarin ik Le Petit Prince las, met Kim een schoolkrant opzette, in de examencommissie ging, klom, waterskiede, met Rick een schitterend profielwerkstuk maakte, soep schonk bij de WAMPEX en open dagen van Hogescholen en Universiteiten bezocht om er vervolgens achter te komen dat ik volgend jaar (nu blik ik toch vooruit) nog niets wil gaan studeren. Dit jaar skiede ik in de bergen van Oostenrijk waar we volgens mijn gymlerares bijna dood waren omdat we als bezetenen naar beneden raasden. Wisten wij veel.

2011 was het jaar waarin ik alles haarscherp zag. Mede mogelijk gemaakt door Hans Anders. In 2011 trouwde mijn overgroot opa, ging ik naar een voorstelling van Daniël Lohues met Iris, naar de Efteling met mijn zusje, Naar Utrecht met zusje twee en naar Maastricht met zusje drie. Andere treinreisjes vinden jullie terug @ OVchipkaart.nl, dat vreselijke ding.

Dit jaar zag ik de zon ondergaan op Ameland en opkomen in Engeland.

2011 was het jaar waarin ik 961 mailtjes verzond en 2587 mailtjes ontving – inclusief spam. Dit was het jaar dat er een Xbox in huis kwam en ik een iPad kocht. Dit jaar had ik mijn eerste zes rijlessen.

En dit jaar schreef ik lukraak wat stukjes.

2011 was het jaar waarin ik leerde skeeleren met een filmende Marjolein achter me. Omdat ik ’t stiekem zelf ook wel leuk vind: bij deze. Dit jaar sportte ik fanatiek bij de sportschool: elke dinsdag. Totdat mijn opa en oma terug naar Friesland verhuisden en ik mijn sportmaatje kwijt was. Dit jaar waterpolode ik rustig door.

Maar het was niet altijd feest. 2011 was het jaar waarin mijn oma op 83 jarige leeftijd overleed.

Dit jaar was ik elke twee maanden op de redactievergadering van scholieren.com. Scholieren.com, het bedrijf waardoor ik een rijtje indrukwekkende bekende Nederlanders tussen mijn telefooncontacten en mailconversaties heb staan.

Dit was het jaar was ik een aantal weken zo vrij als een vogeltje: die week alleen in het huis van mijn opa en oma en die weken vakantiewerk op Ameland. Vakantiewerk in ’t pannenkoekenrestaurant, met geweldige collega’s en gemoedelijke bazin Monique. Tapas zal daardoor nooit meer hetzelfde zijn.

Dit was het jaar van Twitter. En het jaar van het einde van Twitter.

Dit was het jaar waarin ik een heel aantal avonden en middagen en soms een hele dag oppaste op de buurkinderen: Anna, Teun en Pepijn. Anna leest inmiddels hele boeken, Teun kent meer dieren dan mij uit z’n hoofd en Pepijn gaat niet meer gillen als hij een duploblokje kwijt is. Oprecht: het zijn geweldige oppaskinderen.

Om dit stukje te maken klikte ik door mijn blog, Facebook en bladerde ik in mijn oude schoolagenda. Ik schrok hoe snel dingen lang geleden zijn. Voor we het weten is het december 2012 en zitten jullie met de buik nog vol van de kaasfondue en gourmet een nieuw stukje van mij te lezen. Want dat hoop ik wel.

Tot in 2012!

Tom Cruise

PAS OP: onderstaande bevat (delen van) de verhaallijn van de film “Mission: Impossible – Ghost Protocol”.

Zaal twee stroomt langzaam vol. Een dikke meneer met een dikke mevrouw met een flinke bak popcorn, wat jeugd mét mobiele telefoons en een verliefd (die schijn wekken ze in ieder geval) stel met chocoladepinda’s. De reclame ‘Bioscoopbon: Het beste cadeau in het donker’ hebben we achttien keer gezien als de meneer van de bioscoop de lichten eindelijk uit en de film eindelijk aan doet.

Eerst de trailers van films die in januari uitkomen – niets interessant.
De titel van de film verschijnt in beeld: “Mission: Impossible – Ghost Protocol”
Produced by: Tom Cruise.
Acteurs: Tom Cruise. En wat anderen.

De film begint met iemand anders dan Tom Cruise. Huh, wat? Hoe kan Tom Cruise, producer van zijn eigen film, de openingsscène nou aan zijn schitterende neus voorbij laten gaan?

Drie minuten later snap ik het. Tom Cruise is in scène twee een gevangene die geweldige vechtmoves kent en slimmer is dan iedereen en gewoon kan ontsnappen uit de gevangenis en uit pure liefdadigheid zelfs nog een medegevangene meeneemt op zijn weg naar buiten.

Drie kwartier later hebben we Tom Cruise de meest schitterende stunts uit zien voeren, gesteund door zijn driekoppige team die hem op handen draagt. Dan is het pauze.

Mijn vader haalt twee bekers cola en samen zien we nog negen keer de ‘Bioscoopbon: Het beste cadeau in het donker’-reclame. Dan gaat de film verder: precies op het moment dat Tom Cruise de honderd dertigste verdieping van het hoogste gebouw ter wereld van buitenaf bestormt en zonder een schrammetje meteen precies op de plek is waar hij moet zijn alwaar hij twee zwaar bewapende bewakers in een beweging neer slaat. Met zijn pink.

Ik zal niets vertellen over het einde van de film, maar met Tom Cruise komt het allemaal goed. De almachtige, geweldige, vechtlustige maar nooit kwaadaardige Tom Cruise kent geen negatieve kanten. Maar dat stond natuurlijk ook in het script: geschreven in opdracht van Tom Cruise.

De DVD-versie van deze film die ongetwijfeld uit gaat komen met op de voorkant in blokletters ‘Tom Cruise’ bevat geen enkel ‘Dit zijn de bloopers’-menu. Want die waren er simpelweg niet. Tom Cruise zette alles in één keer vlekkeloos op tape.

“Tom Cruise: Het beste cadeau in het donker” aldus Tom Cruise.

Kerst

Gisteravond was het kerstavond. Kerstavond begon met de kerstmaaltijd van mijn zusje: gebakken aardappeltjes uit een plastic zakje, wat wortel en een stukje vlees. Mijn ouders waren niet thuis en ik had van de gelegenheid gebruik gemaakt door ’s avonds wat mensen uit te nodigen. Overwegend klasgenoten en inderdaad, die waar ik ook mee ging klimmen. Kerstavond stroomde voorbij als een halfleeg bierglas aan een gulzige mond. Op de kerststal met het kindeke jezus na, dat onder de kerstboom stond te shinen, bevatte kerstavond weinig Christelijkheid. De Xbox bood vermaak: Just Dance, een spel waarbij je voor je televisie moet staat dansen is geweldig. Het werd langzaam laat en rond half twee (in theorie was het toen al geen kerstavond meer, maar eerste kerstdag) vertrok een deel van het gezelschap naar de stad. Het was immers ook zaterdagavond.

In de stad werden liedjes gedraaid, dansjes gedanst en drankjes gedronken. Onder het mom van ‘eens iets anders’ liepen we een voor ons onbekend café in. Binnen was –naast een vreselijke stank naar sigaretten en oude mannenzweet- een band. Twee mannen. Piano en gitaar. Geweldige sfeer, humor en mooie muziek.

En vandaag is het eerste kerstdag. Vandaag is Flappie vijftig jaar dood. Vandaag zet iedereen –aangevuld met hartjes, liefdevolle zinnen en vaak getikt in BLOKLETTERS- ‘Merry Christmas iedereen!’ op Facebook. Vandaag gaat iedereen naar de familie of –voor de jonge romantici- schoonfamilie. Vandaag vreet iedereen zich helemaal klem tussen het gourmetstel en de kaasfondue. Vandaag is het als doel gesteld dat ultieme kerstgevoel te hebben en dat aan iedereen te laten weten. Het liefst aangevuld met foto’s, filmpjes en uitgebreide statusupdates op Facebook.

Maar het ultieme kerstgevoel zit ‘m niet in die momenten van Facebookupdates en saaie schoonfamilies. Het ultieme kerstgevoel zit ‘m wat mij betreft in wat gebakken aardappelen uit een plastic zakje, het dansen voor een televisie, een vreemd café met ineens een verrassend goede band, het liedje Flappie, een tv-programma met mooie verhalen van echte mensen en een vrijwillig bezoek aan opa en oma. Zonder gekke kaasfonduetaferelen.

Ohja. En de geboorte van het kindeke Jezus natuurlijk.

Zilveren herinneringen met een gouden randje

We zitten in een bus op de A28 en de ramen zijn beslagen. De beenruimte schiet als vanzelfsprekend ernstig tekort voor mijn 1.95 meter. De beslagen ramen bieden mogelijkheid tot een spelletje: galgje. Ons galgje-slachtoffer is al een stille dood gestorven voordat het eerste woord in waterdruppels op de ruiten tevoorschijn komt: quiz. De bus rijdt richting Hoogeveen. Een bus vol met eindexamenkandidaten van ’t vwo, klas zes, uit Hoogeveen. Allemaal klasgenoten van mij.

Terwijl ik in die bus zit en het volgende galgje woord met veel gelach wordt geraden (yoghurt) denk ik aan alle mensen die hier in de bus zitten. Mocht de bus verongelukken, ik noem maar wat; zit de arbeidsmarkt over tien jaar met een tekort. Bij economie geleerd. Achter alle gezichten zit een naam en bij de meeste gezichten ken ik ook het verhaal. Net als iedereen hier. Iedereen moet dit jaar een presentatie houden over zijn of haar toekomst. Sindsdien ontpoppen zich in mijn klas ineens biologische wetenschappers, artsen, zakenvrouwen, huisvaders, tolken en verloskundigen: het is te hopen dat deze bus niet verongelukt.

We zijn net bij de klimhal in Groningen geweest. In je eentje, maar gezekerd door een klasgenoot, beklom je de klimwand. Da’s dus een kwestie van blindelings vertrouwen op die klasgenoot. Gym is in de zesde klas van ’t vwo eerder een praktijklesje psychologie (ik wil die tyfus-tering-kut-potverdomme-vreselijke klimwand helemaal niet op. En dan toch gaan.) dan een gymles. Dat bevalt me wel.

Eigenlijk bevalt alles aan deze school me wel, besef ik in de bus ineens: de mensen, de leraren, het eeuwige gezeik op de schoolleiding, de vrienden, het gebouw. Dit alles natuurlijk omdat school na zes jaar een vertrouwd nest is geworden. Een telefoon op tafel wordt in de zesde klas van ’t vwo niet meer als een object volgens het schoolreglement gezien, maar als een menselijk ding. Dat zo nu en dan nou eenmaal op tafel ligt.

Maar hoe fijn en vertrouwd het ook is, het huiswerkcultuurtje werpt zijn vruchten al een poosje niet meer af. Ik ben ’t zat. Algemeen bekend is dat je van de middelbare school de minste vriendschappen voor het leven overhoudt. Die komen pas in je studententijd. Een gekke gedachte is het, dat mensen die ik nu dagelijks spreek over veertig jaar in een laatje ver weg gestopt in mijn -dan ver ontwikkelde- hersenpan zitten.

Maar als ik over een aantal jaren terugdenk aan het gevoel dat ik nu in de bus heb, dan verlang ik vast een zeker vurig terug naar dat moment. Heel eventjes maar. Daarna ga ik weer verder waar ik mee bezig was: mijn oude klasgenoten uit de zesde klas van ’t vwo bellen.

Mijn gedichtendebuut

Mijn gedichtendebuut. Live vanuit de trein.

Een jongetje van een jaar of vier zit op het bankje naast spoor twee
Een man en vrouw staan vlakbij
Zij zegt “achterlijke kwal” tegen hem, stapt in de auto en rijdt weg
Hij loopt naar het bankje naast spoor twee
En zegt: “Sam, kom je mee? Want mama, die gaat weg.”

Spioneren door de spiegeling van het raam
Van treinstel vijf-zes-twee-acht
En zonder dat ik het verwacht
Kijkt ze terug
En hebben we oogcontact

In Beilen stapte ze in
En nog vóór Assen was ze weg
Maar d’r parfum bleef tot
Groningen Centraal in onze coupe.

Een spoorwegovergang
Is vanuit de trein
In een flits voorbij
Maar voor de gewone burger
langs het spoor
Een tijdrovend karwei.

Het meisje met de appelkoeken, koffie, chocomel,
Marsen en Snickers
Voelt aan het geschommel van de trein
Dat we er al bijna zijn

J.P.

Vanavond keek ik naar Lingo. Lingo is het soort programma dat ik alleen kijk als ik met een bord kleffe macaroni op de bank zit en te moe ben om de afstandsbediening te pakken. Lucille Werner kondigt de twee teams aan. Twee jonge meiden aan de ene kant, twee oude vrouwen aan de andere kant. Een van de vrouwen ‘is werkzaam bij de NS’, de ander heeft een typschool: het belooft weer een spannende aflevering te worden.

Zes minuten later durf ik al bijna niet meer te kijken. De twee jonge meiden staan met 95 punten tegen nul punten behoorlijk voor op ‘die van de NS’ en ‘die met die typschool’. Een van de twee jonge meiden is nogal gelukkig als ze bal vierendertig uit de ballenbak grabbelt – dat spel met die ballen begrijp ik nooit. ‘Die van de NS’ en ‘die met die typschool’ kijken wat verbouwereerd (LINGO!) toe.

Dan komt het tienletterwoord. Een van de jonge meiden raadt het in een keer: neologisme. Lucille Werner werpt een wanhopige blik in de camera en na de tekst: “Ik vind het wel pittig, J.P.” begint een mannenstem over het woord ‘neologisme’. “Een neologisme is een nieuw gevormd woord, zoals ambulanceklever”, zegt J.P. Zijn stem ebt langzaam weg en de twee jonge meiden gaan verder met het behalen van hun winst.

J.P. is een lopende encyclopedie. J.P. weet zelfs van de ingewikkeldste tienletterwoorden wat ze betekenen. Het fascinerende van J.P. is dat hij nooit in beeld komt; vanuit zijn donkere hol onder de studio laat hij zijn intellect aan Nederland horen. Tienduizenden mensen –waarbij ik vooral denk aan verveelde huisvrouwen en geranium-oma’s- leren elke dag weer bij van J.P. terwijl ze hem op straat nog niet zouden herkennen.

Ik zou natuurlijk “J.P. + lingo” op Google in kunnen typen. Ongetwijfeld heeft de zoekmachine dan binnen enkele nanoseconden miljoenen resultaten voor mij. Maar ik doe het niet. Ik wil niet weten hoe J.P. eruit ziet. Lingo’s enige aantrekkingskracht op mij is J.P. Misschien is hij wel zó dik dat hij helemaal niet in beeld past, kan ik nu nog denken.

De twee meiden winnen ruim vierhonderd euro. ‘Die van de NS’ en ‘die met die typschool’ zijn blij dat ze meegedaan hebben. Mijn macaroni is op en ik heb weer energie om de afstandsbediening te pakken.

Gauw zappen.

Een levenloos ARRIVA-boemeltje op spoor vier

Ik zit op het bankje dat staat op het perron naast spoor 4 in Leeuwarden. De Grote stationsklok geeft aan dat het vier minuten over acht is. Buiten is het donker, er hangt een beetje een pislucht op het perron en door de raampjes van de treinen om mij heen zie ik mensen met laptops en iPads van de warmte genieten. Voor mij staat het levenloze ARRIVA-boemeltje  op spoor 4. De deuren gaan niet open en er brandt nog niet één controlelampje. Volgens het spoorboekje moet het treintje over dik veertig minuten vertrekken richting Stavoren. Mijn plan is dat ik de komende veertig minuten op het bankje bij spoor vier blijf zitten.

Een meneer stapt in de trein van spoor drie – die deuren zijn natuurlijk wel open. Een mevrouw sleurt haar dochtertje de WC in – twee minuten later en vijftig cent armer sleurt ze haar zichtbaar opgeluchte dochtertje de WC weer uit. Verderop zijn wat stations winkeltjes: een AH To Go, Free Record Shop, ETOS, Bruna en een Kiosk – die dingen zijn werkelijkwaar overal.

Voor de Free Record Shop staat een rek met Cd’s die in de aanbieding zijn. Het is overwegend Marco Borsato’s hoofd dat met een etiket van €14,99 op de cd’s en posters afgedrukt staat. Dát zijn dus de mensen die nog cd’s kopen;  mensen die Marco Borsato leuk vinden.

In de Free Record Shop staat een jongen van mijn leeftijd zijn vriendinnetje te sms’en en te twitteren dat hij hoopt dat er nog iemand een Cd komt kopen voordat hij vrij is.

Naast de Free Record Shop is de ETOS waar een mevrouw van een jaar of dertig met twee vlechtjes en een roze brilletje heel enthousiast potjes shampoo staat te verkopen.

Voor de ETOS staan een man en een vrouw allebei in een kanariegeel Securitas-uniform met als uitrusting een walkietalkie en een kopje koffie het station te bewaken tegen onheil van buitenaf. De  man loopt zijn ronde langs spoor 1 en 2 en hij haalt nog twee kopjes koffie bij de kiosk.

Er komt een meneer met een rode broek naast mij op het bankje zitten.

Een mevrouw met een weekendtas loopt naar het levenloze ARRIVA-boemeltje op spoor 4 en drukt op het knopje van de deur. Die blijft dicht.

Dan, de Grote stationsklok wijst twintig voor negen aan, komt er een mevrouw met blond haar en rokje met een ARRIVA-logo het perron bij spoor 4 opgelopen. Ze haalt een sleuteltje uit haar handtas en draait daarmee de deuren open.

“Goedenavond”, zegt ze lachend.

Iedereen mag gewoon door. Behalve ik

“De regels voor het eindexamen zijn aangescherpt”, zegt ze, en ik zou toch zweren dat ik een man als mentor had. Ik maak een grapje naar de achterbuurman. “Er valt niets te lachen, Tjeerd” bijt ze me toe op een toon die ik nog niet eerder van haar gehoord heb. “Een nieuwe eis van de overheid is dat je alleen met het eindexamen mag beginnen als je op Engels en Frans gemiddeld een 5.5 of hoger hebt.”

Ze begint voor te lezen wie er allemaal toegelaten zijn naar het eindexamen. De eerste vijf, tien, vijftien, twintig mensen zijn door. Ik weet niet wat er daarna gebeurt maar het eerste wat ik me weer kan herinneren is dat ik op de wc zit. Moet ook gebeuren. Met een relaxt gevoel loop ik door het trappenhuis naar beneden als ik een klasgenoot tegen kom. “Tjeerd, je moet even naar de mentrix toe.” –“Hoezo?” –“Ga nou maar”.

Mijn mentrix is in het kopieerhok. Ze ziet me en kijkt me ontzettend verdrietig aan. “Je hebt het niet gehaald, Tjeerd” zegt ze. Mijn gezicht moet genoeg reden zijn geweest om verder te praten, “door een aantal tweeën en drieën op Frans is je gemiddelde lager dan een 5.5. Je mag volgend jaar pas eindexamen doen.”

Het volgende moment zit ik buiten in de stromende regen. Klasgenoten lopen over het plein om hun fiets te pakken en naar huis te gaan. Eén ander meisje heeft het ook niet gehaald, verder doet iedereen volgende maand gewoon eindexamen. Volgend jaar kan ik niet naar Frankrijk, niet werken, ‘de Wereld nog niet ontdekken’. Nee, volgend jaar zit ik hier gewoon nog op school te oefenen voor mijn eindexamen. Wat heeft mijn leven eigenlijk nog voor zin? De vakantie van de komende weken (lees: maanden) buiten beschouwing gelaten.

En dan schrik ik wakker. Ik kijk in tegen de zon in naar mijn wekkerradio: 9.13. Zondagochtend. Uit mijn Nokia komt het ‘It’s a good good good good good good morning’-ochtendmuziekje van Qmusic.

Ik geloof dat ik nog nooit zo gelukkig ben geweest.