Categorie archief: Nieuw Zeeland

Hot water

De rode draad van de afgelopen dagen? Heet water.

Nieuw-Zeeland ontstond miljoenen jaren geleden toen de Pacifische schol op de Australisch-Indische schol botste – of erlangs schoof, ik ben nooit zo goed in aardrijkskunde geweest. Het gevolg? Op het noordereiland vind je een vulcanisch gebied van dertig kilometer breed en tachtig kilometer lang, met aan de oppervlakte een heleboel ‘surrealistische acitiviteit’.

De eerste stop: Coromandel. Waar we ’s morgens in het hostel worden opgeschrikt door het alsmaar loeiende tsunami-alarm – dat ‘gelukkig’ ook gebruikt blijkt te worden door de plaatselijke brandweer, omdat niet alle vrijwilligers een mobieltje hebben. De tsunami blijft dus uit en wij rijden de bergen in, op weg naar Hot Water Beach.

Na de eerste paar haarspeldbochten valt direct op dat de bergwegen in Nieuw-Zeeland anders zijn dan de bergwegen in Frankrijk. Er ligt niet overal asfalt, maar op honderden meters hoogte bestaat het wegdenk voornamelijk uit losse steentjes, gravel, waar je zo lekker met een aangetrokken handrem door de bochten kunt driften.

Ik ben dan ook blij als we goed en wel op het Hot Water Beach staan.

Het strand lijkt van een afstandje ‘ordinair’; azuurblauwe zee, een paar palmbomen en golfen om op te surfen. Maar dat is het niet. Om ons heen staan pakweg honderd volwassenen met schepjes kuilen in het zand te graven. Door de geothermische activiteit is het grondwater 60’C, en als je hier 2 uur voor of na laagwater een kuil graaft, komt het hete grondwater omhoog en heb je je eigen gratis heetwaterpoel.

Dat doen we, met veel plezier, totdat het heetwaterstroompje opdroogt en de sfeer op strand langzamerhamd grimmiger wordt, omdat een Indiër het hete water van twee Australiërs inpikt en drie Britten hun koudwaterpoel legen in andermans lauwwaterpoel. Tijd om te gaan.

De volgende stop, van maarliefst vier dagen, is in Nieuw Zeelands vulkanische hoofdstad Rotorua. Dit is niet alleen Nieuw Zeelands meest bezochte plaats, maar vooral een bezoek waard omdat mijn oud-klasgenoot Sophie er woont! Ze is een Nieuw-Zeelander, we studeerden samen in Grenoble, en ze woont in een enorm huis aan de rand van de stad.

Dankzij Sophie duik ik in een spa met uitzicht op het meer (2 uur lang het paradijs op aarde, totdat er een buslading Chinese toeristen wordt losgelaten), zwem ik midden in een bos in water van 45’C, bezoek ik enkele kraters en modderpoelen in een nogal toeristisch park en fiets ik een middag op een mountainbike die duurder is dan mijn huurauto. Sophie werkt namelijk voor een mountainbike zaak, en met meer dan tweehonderd (!) kilometer mountainbiketracks in het bos naast Rotorua is dat zo gek nog niet.

Vanuit Rotorua draaide ik vanmiddag de state highway 1 op richting het nationale park, waar het regent en ik daarom maar één nacht blijf. Bij aankomst in het hostel stond er een borrelende hottub klaar. Eén keer nog in het hete water, en dan is het echt tijd voor het volgende avontuur:

Hoofdstad Wellington en het Zuidereiland.

Internationaal rijbewijs

Ik zet mijn allerschattigste puppy-ogen op. “Er staat toch Driving License op mijn pasje, maakt dat het geen internationaal rijbewijs?” Maar deze dame is onverbiddelijk, en kan helaas niks anders doen dan mijn Nederlandse pasje voor 49 luttele dollars laten vertalen. Dan was dat gratis kopietje van de ANWB toch wel handig geweest.

De afgelopen dagen in NZ’s grootste stad, Auckland, en haar winterloze noorden, Bay of Islands, waren een goede introductie tot het land. Het barst er van de backpackers die driftig zoeken naar een Working Holiday baantje, Fransen die graag hun Engels op willen halen en daarom enkel Frans met Fransen praten en duikleraren die in hostels wonen.

In zo’n hostel hoef je maar aan de ontbijttafel te gaan zitten of je hebt er vijf vrienden voor het leven bij. Dat is misschien wat overdreven, maar aan potentiële reismaatjes geen gebrek. Veel van hen nemen de bus, hoppen-off, blijven een paar nachten slapen en hoppen weer op. Georganiseerde tours, waarbij je langs alle hoogtepunten van NZ gereden wordt. Als ik vraag waarom ze niet per auto zijn gegaan zeggen veel dat ze dat alleen niet aandurven. Wat als-‘ie kapot gaat? En lukt dat links rijden wel?

Dat wil ik nou juist wel eens proberen. En dus huur ik een auto. Dan kan ik naar Coromandel rijden, door naar Rotorua, stoppen bij lake Taupo en eindigen in Wellington, voordat ik aan het zuidereiland begin. En onderweg eens ergens picknicken, een bochtje omrijden of van het uitzicht genieten.

In de bus naar de Car Rental zit ik naast een Duits meisje die met een vriendin naar Coromandel wil, maar geen geschikte busverbinding kan vinden. En zo zit ik een tijdje later, nadat de $49 betaald is, met een Duits en een Frans meisje de Introduction movie to driving in New Zealand te kijken. Zodra we de gehuurde Toyota de weg op draaien – links, links, links – weet ik dat het een goed idee is. Als we even later de prachtige kustweg naar Coromandel nemen, weet ik het zeker.

Alleen iedere keer als ik rechtsaf wil slaan, gaan de ruitenwissers aan.

P.S. Wi-Fi is hier nogal schaars, maar ik probeer hier foto’s te plaatsen.

Zeelucht

“Hoe komt wie vliegt ooit tot bedaren en wie niet vliegt van zijn plaats?”

Het is 00.15 en ik heb net anderhalf uur “geslapen” op 10.000 meter hoogte als de cabineverlichting aangaat en de KLM-stewardess glimlachend ‘goedemorgen’ zegt. Lokale tijd in Kuala Lumpur: 6.15, de daling wordt ingezet.

10 uur later: het is 10.15 in Nederland, 16.15 in Kuala Lumpur en 21.15 in Auckland en de Maleysian Airlines Airbus vliegt ergens tussen al die tijdszones in boven Australië en ik moet er nog drie uren inzitten.

4,5 uur later: het is 01.45 in Auckland als ik in rij 1 voor de speciale gevallen bij de douane sta. De in oranje geklede monnik naast mij staat tussen tientallen glazen potten in hakkelend engels uit te leggen wat voor soorten vis erin zit. Ik sta hier omdat er zand op mijn wandelschoenen zit. En dat moet eraf.

En dan, eindelijk, ruim 26 uur na vertrek, is daar het bordje ‘way out’. Ik stap de aankomsthal uit en realiseer me dat het aan de andere kant net zo ruikt als op Ameland.

Nieuw-Zeeland

Het ligt aan de andere kant van de wereld. Het is zeven keer groter dan Nederland en er wonen vier keer zo weinig mensen. De eerste bewoners kwamen er pas duizend jaar geleden aan. Er zijn hele bijzondere bomen, zeldzame vogels en een hele lange kustlijn. Je kunt er walvissen spotten, bungeejumpen en met een camper rondrijden. Er woont één iemand die ik ken, en zeven mensen die ik ken hebben er ooit rondgereisd. Die zeiden dat het de mooiste reis van hun leven was. Verder weet ik eigenlijk niks van Nieuw-Zeeland.

Donderdagochtend vertrek ik. Schiphol-Kuala Lumpur-Auckland. 2 vliegtuigen. 22 vlieguren. 11 tijdszones. Ik blijf zeven weken in Nieuw-Zeeland. Alleen de eerste twee nachten weet ik waar ik slaap, daarna is er nog geen plan.

Het had niet veel gescheeld of ik was helemaal niet naar Nieuw-Zeeland gegaan. Ik zou namelijk in Rotterdam gaan wonen en Finance&Investments gaan studeren. Ik zou nu druk moeten zijn met capital budgeting, de Time value of money en de Measures of leverage.

Maar hoe langer ik aan die studie Finance dacht, hoe minder zin ik erin kreeg. Des te meer zin kreeg ik om eens naar de andere kant van de wereld te vliegen.

Dat gaat dus donderdag gebeuren. De National Geographic reisgids staat op de e-reader en de Lord Of The Rings op de tablet. Of Nieuw-Zeeland echt lijkt op de fantasiewereld van Lord of The Rings? Dat, en meer reisbelevingen, zal ik delen via dit blog.

À bientôt!