Alle berichten van tjeerdwiersma

Er waren een heleboel redenen om het níet te doen

Toen ik vorig jaar voor zeven weken vakantie naar Nieuw-Zeeland vertrok, verwachtte ik niet dit stukje nu vanuit Nieuw-Zeeland te tikken. Mijn ouders onbewust misschien wel, want die zeiden allebei: ‘ik hoop niet dat je een leuke baan vindt of iemand tegenkomt waardoor je ernaar terug wilt’.

Het is immers wel héél ver weg, dat eiland aan de andere kant van de wereld. Dat eiland met die prachtige landschappen, zonder gevaarlijke dieren, waar iedereen vriendelijk is en Engels spreekt.

En als ik ergens níet naar op zoek was tijdens die vakantie, dan was het wel verkering. Ik vermaakte me uitstekend, had alle vrijheid, kon in de zomers en winters in Frankrijk werken en had net een half jaar in Parijs rondgefladderd. Daar was ik maar gestopt met daten, want wat als ik op Grindr of Tinder of in een bar ineens de ware zou ontmoetten.

Dan zou ik mijn hele leven op en neer moeten reizen tussen Parijs en Nederland. Dat leek gecompliceerd en onmogelijk.

Dus daar ging ik. Op naar Nieuw-Zeeland. Vier weken lang sliep ik in hostels en genoot ik met mensen die ik onderweg ontmoette van de adembenemende uitzichten en het lenteachtige weer. Alles liep gesmeerd.

En toen was daar ineens Mike. Eigenlijk dacht ik vanaf het allereerste moment al: O, oh, dit kon weleens helemaal escaleren.

Het is niet echt het typische ‘boy meets girl’ verhaal. Maar op de een of andere manier klopte alles. Drie weken cirkelden Mike en ik om elkaar heen en beleefden we een hoop gekke avonturen – waarover later vast meer.

Toen moest ik terug naar Nederland. Mike reisde mee naar Auckland, we namen afscheid en ik vloog terug naar Europa. In het vliegtuig onderweg naar Nederland whatsappte ik ‘m: ‘Zou 22 dagen samen genoeg zijn om alle plannen te veranderen?’ Uiteraard kreeg ik een ‘YES’ terug.

Ach, zeiden mensen, eenmaal terug in Nederland: ‘Vakantieliefdes zijn altijd leuk, maar ik zou het niet te serieus nemen’. En: ‘hoe moet dat als het wél serieus wordt? Nieuw-Zeeland is leuk voor een tijdje, maar niet voor altijd’, ‘En je studie dan?’, ‘En hoe zie je dat over tien jaar?’

Er waren simpelweg een heleboel redenen om het níet te doen. Maar er was één reden om het wel te doen.

En ik ben blij dat ik het gedaan heb.

Eindelijk! Een baantje! Maar dan…

Al bijna twee maanden ben ik in ‘The Adventure Capital Of The World’ en al bijna twee maanden ben ik op zoek naar een baantje. Wat daarbij niet echt helpt: in Nederland was mijn Bachelor Bedrijfskunde al zinloos, hier in Nieuw-Zeeland zie ik helemaal niet hoe dat papiertje ooit nog van pas kan komen.

Laat me het zo samenvatten: als je niet kunt plamuren/metselen/bouwen, geen schapen kunt scheren (echt!) en geen kamers schoon wilt maken blijft er in Queenstown maar één optie over: werk in een restaurant. En daar heb je geen Groningse Universiteitsdiploma voor nodig.

Maar goed, ik met mijn C.V. naar het dichtstbijzijnde steakhouse, naar de plaatselijke Italiaan en naar het lunchcafé. Overal hoorden ze glimlachend mijn verhaal aan – Travelled in New Zealand, fell in love, decided to come back, worked in hospitality before, sorry for my Dutch accent! – maar niemand belde terug.

Ik had de hoop al bijna opgegeven toen ik per toeval langs een recruitment poster liep voor een restaurant dat ‘soon opens in town’. Aziatische keuken, maar daar heb ik sinds mei ook een heleboel ervaring mee. Na nog een leugentje om bestwil over mijn cocktailkennis werd ik aangenomen als, jawel, (cocktail)bartender.

Eind goed al goed, zou je zeggen. Totdat de trainingsweek afgelopen maandag begon.

Dertig enthousiaste FOH (Front Of House) medewerkers in een chic zaaltje met dure wijnglazen waar we water uit mochten drinken. Hiërarchisch in groepjes opgedeeld: de foodrunners, waiters, bartenders, duty managers, assistant managers, venue manager, operation manager en training & development manager. Ik kreeg langzaam maar zeker jeuk.

De balans na drie dagen FOH-training: we hebben allemaal een woord gekozen dat we vinden passen bij het nieuwe restaurant (premium, fine dining, fun, experienced), we hebben een woord gekozen dat onze verwachting beschrijft (new friends, fun, teamwork, slechts één iemand durfde money te zeggen) en we hebben een mission-statement voor ons team gemaakt. We hebben nogal wat zinnige dingen geleerd, dus.

Het hoogtepunt kwam echter toen we het ‘begroeten van gasten’ gingen oefenen.

De assistent-venue-duty-manager: ‘Als gasten binnen komen is het belangrijk dat iedere employee ze begroet. Wij verwachten dat gasten binnen 5 seconden begroet zijn. Een goede manier om dat te doen: “Hi sir/madam, welcome in our restaurant. How was your weekend?”

‘En,’ vervolgt ze, ‘ik verwacht dat iedereen nieuwe gasten op deze manier groet.’

Dan kijkt ze bedenkelijk. ‘Maybe’, zegt ze, ‘moeten we dat toch anders doen en zes verschillende begroet-manieren uitschrijven. Want het is natuurlijk een beetje raar en onnatuurlijk als iedereen “Hi sir/madam, welcome in our restaurant. How was your weekend?” zegt.’

Iedereen in het zaaltje blijft stil, totdat het Ierse meisje tegenover mij diep zucht en hardop vraagt: ‘And what if we all just act like normal people?’

P.S. Sinds dit stukje, begin mei, heb ik hier niets meer van me laten horen. Voor iedereen die zich zorgen maakt: ik ben (nog steeds) verliefd, er ligt genoeg sneeuw op The Remarkables om fatsoenlijk te kunnen skiën en in Queenstown is het zonnig en lente-achtig winterweer.

1. Schiphol

Mind your step, mind your step, mind your step, mind your step.

Pas na een paar minuten krijg ik door dat het niet erg ontspannend zit, vlak naast het mind your step van een van de loopbanden in lounge area 2.

Maar toen ik hier kwam zitten had ik nog weinig oog voor alle voorbijlopende mensen, alle bellende Chinezen, alle taxfree winkeltjes met Dutch souvenirs en al het voorbijrijdende Schiphol personeel.

Ik had namelijk net gedag gezegd tegen de familie, die aan de andere kant van de paspoortcontrole moest blijven. En hoewel ik mij er vijf maanden op heb voorbereid, was ‘t toch lastig het droog te houden toen het spreekwoordelijke puntje bij het spreekwoordelijke paaltje kwam. De douanebeambte keek ook wat argwanend toen ik met een snik en betraande ogen zei dat mijn reisbestemming Singapore is.

Vandaag précies 5 maanden geleden, op 5 december 2017, gaf ik Mike een knuffel op het vliegveld van Auckland, Nieuw-Zeeland, en vloog ik terug naar Nederland. Tijdens een 7-weken durende rondreis door Nieuw-Zeeland was gebeurd waar de familie al zo voor vreesde; ik was verliefd geworden op een kiwi. Op Mike.

Inmiddels is het 5 maanden later, heb ik een seizoen in de Franse alpen gewerkt, ben ik een aantal weken thuis geweest en vlieg ik vandaag weer terug naar de andere kant van de wereld.

Wij (lees: Mike en ik) blijven eerst een aantal weken in Azië en vliegen dan naar Nieuw-Zeeland, waar ik met een working holiday visa één jaar mag blijven. Hoe en wat en waar en wanneer en waarom is allemaal nog onduidelijk, maar omdat ik de beroerdste niet ben, zal ik via deze weg laten weten of het eten in Thailand nou echt zo lekker is, wat je absoluut moet zien als je in Nieuw-Zeeland bent (incl. tips van locals) en of het lastig is om werk te vinden in Queenstown.

Kortom; een reisverslag. Zodat jullie een beetje kunnen meegenieten.

P.S. Mijn allereerste stukje óóit ging ook over iemand die een jaar wegging.

Hot water

De rode draad van de afgelopen dagen? Heet water.

Nieuw-Zeeland ontstond miljoenen jaren geleden toen de Pacifische schol op de Australisch-Indische schol botste – of erlangs schoof, ik ben nooit zo goed in aardrijkskunde geweest. Het gevolg? Op het noordereiland vind je een vulcanisch gebied van dertig kilometer breed en tachtig kilometer lang, met aan de oppervlakte een heleboel ‘surrealistische acitiviteit’.

De eerste stop: Coromandel. Waar we ’s morgens in het hostel worden opgeschrikt door het alsmaar loeiende tsunami-alarm – dat ‘gelukkig’ ook gebruikt blijkt te worden door de plaatselijke brandweer, omdat niet alle vrijwilligers een mobieltje hebben. De tsunami blijft dus uit en wij rijden de bergen in, op weg naar Hot Water Beach.

Na de eerste paar haarspeldbochten valt direct op dat de bergwegen in Nieuw-Zeeland anders zijn dan de bergwegen in Frankrijk. Er ligt niet overal asfalt, maar op honderden meters hoogte bestaat het wegdenk voornamelijk uit losse steentjes, gravel, waar je zo lekker met een aangetrokken handrem door de bochten kunt driften.

Ik ben dan ook blij als we goed en wel op het Hot Water Beach staan.

Het strand lijkt van een afstandje ‘ordinair’; azuurblauwe zee, een paar palmbomen en golfen om op te surfen. Maar dat is het niet. Om ons heen staan pakweg honderd volwassenen met schepjes kuilen in het zand te graven. Door de geothermische activiteit is het grondwater 60’C, en als je hier 2 uur voor of na laagwater een kuil graaft, komt het hete grondwater omhoog en heb je je eigen gratis heetwaterpoel.

Dat doen we, met veel plezier, totdat het heetwaterstroompje opdroogt en de sfeer op strand langzamerhamd grimmiger wordt, omdat een Indiër het hete water van twee Australiërs inpikt en drie Britten hun koudwaterpoel legen in andermans lauwwaterpoel. Tijd om te gaan.

De volgende stop, van maarliefst vier dagen, is in Nieuw Zeelands vulkanische hoofdstad Rotorua. Dit is niet alleen Nieuw Zeelands meest bezochte plaats, maar vooral een bezoek waard omdat mijn oud-klasgenoot Sophie er woont! Ze is een Nieuw-Zeelander, we studeerden samen in Grenoble, en ze woont in een enorm huis aan de rand van de stad.

Dankzij Sophie duik ik in een spa met uitzicht op het meer (2 uur lang het paradijs op aarde, totdat er een buslading Chinese toeristen wordt losgelaten), zwem ik midden in een bos in water van 45’C, bezoek ik enkele kraters en modderpoelen in een nogal toeristisch park en fiets ik een middag op een mountainbike die duurder is dan mijn huurauto. Sophie werkt namelijk voor een mountainbike zaak, en met meer dan tweehonderd (!) kilometer mountainbiketracks in het bos naast Rotorua is dat zo gek nog niet.

Vanuit Rotorua draaide ik vanmiddag de state highway 1 op richting het nationale park, waar het regent en ik daarom maar één nacht blijf. Bij aankomst in het hostel stond er een borrelende hottub klaar. Eén keer nog in het hete water, en dan is het echt tijd voor het volgende avontuur:

Hoofdstad Wellington en het Zuidereiland.

Internationaal rijbewijs

Ik zet mijn allerschattigste puppy-ogen op. “Er staat toch Driving License op mijn pasje, maakt dat het geen internationaal rijbewijs?” Maar deze dame is onverbiddelijk, en kan helaas niks anders doen dan mijn Nederlandse pasje voor 49 luttele dollars laten vertalen. Dan was dat gratis kopietje van de ANWB toch wel handig geweest.

De afgelopen dagen in NZ’s grootste stad, Auckland, en haar winterloze noorden, Bay of Islands, waren een goede introductie tot het land. Het barst er van de backpackers die driftig zoeken naar een Working Holiday baantje, Fransen die graag hun Engels op willen halen en daarom enkel Frans met Fransen praten en duikleraren die in hostels wonen.

In zo’n hostel hoef je maar aan de ontbijttafel te gaan zitten of je hebt er vijf vrienden voor het leven bij. Dat is misschien wat overdreven, maar aan potentiële reismaatjes geen gebrek. Veel van hen nemen de bus, hoppen-off, blijven een paar nachten slapen en hoppen weer op. Georganiseerde tours, waarbij je langs alle hoogtepunten van NZ gereden wordt. Als ik vraag waarom ze niet per auto zijn gegaan zeggen veel dat ze dat alleen niet aandurven. Wat als-‘ie kapot gaat? En lukt dat links rijden wel?

Dat wil ik nou juist wel eens proberen. En dus huur ik een auto. Dan kan ik naar Coromandel rijden, door naar Rotorua, stoppen bij lake Taupo en eindigen in Wellington, voordat ik aan het zuidereiland begin. En onderweg eens ergens picknicken, een bochtje omrijden of van het uitzicht genieten.

In de bus naar de Car Rental zit ik naast een Duits meisje die met een vriendin naar Coromandel wil, maar geen geschikte busverbinding kan vinden. En zo zit ik een tijdje later, nadat de $49 betaald is, met een Duits en een Frans meisje de Introduction movie to driving in New Zealand te kijken. Zodra we de gehuurde Toyota de weg op draaien – links, links, links – weet ik dat het een goed idee is. Als we even later de prachtige kustweg naar Coromandel nemen, weet ik het zeker.

Alleen iedere keer als ik rechtsaf wil slaan, gaan de ruitenwissers aan.

P.S. Wi-Fi is hier nogal schaars, maar ik probeer hier foto’s te plaatsen.

Zeelucht

“Hoe komt wie vliegt ooit tot bedaren en wie niet vliegt van zijn plaats?”

Het is 00.15 en ik heb net anderhalf uur “geslapen” op 10.000 meter hoogte als de cabineverlichting aangaat en de KLM-stewardess glimlachend ‘goedemorgen’ zegt. Lokale tijd in Kuala Lumpur: 6.15, de daling wordt ingezet.

10 uur later: het is 10.15 in Nederland, 16.15 in Kuala Lumpur en 21.15 in Auckland en de Maleysian Airlines Airbus vliegt ergens tussen al die tijdszones in boven Australië en ik moet er nog drie uren inzitten.

4,5 uur later: het is 01.45 in Auckland als ik in rij 1 voor de speciale gevallen bij de douane sta. De in oranje geklede monnik naast mij staat tussen tientallen glazen potten in hakkelend engels uit te leggen wat voor soorten vis erin zit. Ik sta hier omdat er zand op mijn wandelschoenen zit. En dat moet eraf.

En dan, eindelijk, ruim 26 uur na vertrek, is daar het bordje ‘way out’. Ik stap de aankomsthal uit en realiseer me dat het aan de andere kant net zo ruikt als op Ameland.

Nieuw-Zeeland

Het ligt aan de andere kant van de wereld. Het is zeven keer groter dan Nederland en er wonen vier keer zo weinig mensen. De eerste bewoners kwamen er pas duizend jaar geleden aan. Er zijn hele bijzondere bomen, zeldzame vogels en een hele lange kustlijn. Je kunt er walvissen spotten, bungeejumpen en met een camper rondrijden. Er woont één iemand die ik ken, en zeven mensen die ik ken hebben er ooit rondgereisd. Die zeiden dat het de mooiste reis van hun leven was. Verder weet ik eigenlijk niks van Nieuw-Zeeland.

Donderdagochtend vertrek ik. Schiphol-Kuala Lumpur-Auckland. 2 vliegtuigen. 22 vlieguren. 11 tijdszones. Ik blijf zeven weken in Nieuw-Zeeland. Alleen de eerste twee nachten weet ik waar ik slaap, daarna is er nog geen plan.

Het had niet veel gescheeld of ik was helemaal niet naar Nieuw-Zeeland gegaan. Ik zou namelijk in Rotterdam gaan wonen en Finance&Investments gaan studeren. Ik zou nu druk moeten zijn met capital budgeting, de Time value of money en de Measures of leverage.

Maar hoe langer ik aan die studie Finance dacht, hoe minder zin ik erin kreeg. Des te meer zin kreeg ik om eens naar de andere kant van de wereld te vliegen.

Dat gaat dus donderdag gebeuren. De National Geographic reisgids staat op de e-reader en de Lord Of The Rings op de tablet. Of Nieuw-Zeeland echt lijkt op de fantasiewereld van Lord of The Rings? Dat, en meer reisbelevingen, zal ik delen via dit blog.

À bientôt!

Lustrum Vindicat kostte 3 ton teveel

Het tweehonderdjarige lustrum dat Vindicat vorig jaar organiseerde, laat de studentenvereniging achter met een verlies van ruim 3 ton. Dat nieuws verscheen donderdagavond onbedoeld online. ‘Ik ben vooral boos op de leden die dit hebben uitgelekt’, aldus de rector van de studentenorganisatie.

Tijdens een algemene ledenvergadering (ALV) werd donderdagavond besproken dat Vindicat vanwege het in 2015 georganiseerde Lustrum met een verlies van €322.580,30 blijft zitten. Tegelijkertijd ging dat nieuws online viraal met een foutief nieuwsbericht op de website 925. Toen Martijn Achtereekte, rector van Vindicat, na afloop van de ALV zijn telefoon checkte, bleken alle besproken cijfers ineens ook online te staan. Op de website was een A4’tje met alle kosten en baten van het Lustrum ge-upload en werd geschreven dat een BTW-fout een verlies van ruim 3 ton had veroorzaakt.

Verder lezen? Dat kan hier

Boswachter verjaagt ‘enge’ Albertianen

Het ontgroeningsritueel van een herendispuut van studentenvereniging Albertus eindigde vrijdagnacht anders dan verwacht. Een boswachter sommeerde ze het bos bij het Friese Wijnjewoude te verlaten. ‘Ik was even bang dat het een enge sekte was.’

Het herendispuut organiseerde vrijdagnacht een ontgroeningsweekend in ’t Oude Bosch bij Wijnjewoude, vlakbij Bakkeveen. Ze hadden een flink kampvuur gemaakt en produceerden ‘onheilspellende’ geluiden. Daardoor durfden de omliggende bewoners – vooral die van de huizen aan de bosrand – hun huis vrijdagnacht niet uit.

Verder lezen? Dat kan hier.