Mijn familie? Die zie ik dankzij een kabel onder de Grote Oceaan

(Maar volgend jaar ook weer een tijdje in het echt. Meer weten? Verder lezen!)

Op een avond, afgelopen winter, drong de magie van het wonder der techniek weer eens tot me door. Bij ‘jullie’, waar de (ge)tijden nogal anders lopen dan hier, was het ochtend en zomer. Mijn zusjes hadden vakantie. Maaike zat in Noorwegen, Aagje was in Frankrijk en Sietske liep door Groningen. En toen ging de telefoon.

Het was een inkomend WhatsApp-videogesprek. Toen ik opnam, zwaaiden er drie zusjes naar me. Allemaal vanuit een andere hoek van Europa, terwijl ik de besneeuwde bergtoppen van Queenstown nog maar eens liet zien.

Een (nog net) besneeuwde bergtop in Queenstown.

We kletsten wat, zoals we dat eigenlijk elke paar weken wel doen. Zo nu en dan haperde het beeld even, maar verder kon ik de wimpers van mijn zusjes bijna tellen.

Hoe kan dat eigenlijk, zo’n haarscherpe en vlotte verbinding? Ik zit immers 19.000 kilometer verderop. Dat zal wel via een satellietverbinding zijn, bedacht ik. Maar nee. Nieuw-Zeeland blijkt via onderzeese kabels verbonden te zijn met Australië.

Dat kan ik me nog enigszins voorstellen. Maar dan? Nou, daarna voert ons groepsgesprek via een 15.000 kilometer lange draad naar Fiji en Hawaï, om ergens aan de Amerikaanse westkust weer aan wal te komen. Vanuit daar flitsen de enen en nullen naar de Amerikaanse oostkust en hup, zo onder de Atlantische oceaan door.

D’r liggen wereldwijd nogal wat internetkabels onder water.

Het is nogal een absurd idee: dat ik via die onderzeese ‘levenslijn’ met Nederland verbonden ben. En het blijft wat dat betreft niet bij de wekelijkse gesprekken met de familie. Ook over de boerenprotesten, de ‘foutje, bedankt’-vliegtuigkaping op Schiphol en de motie van wantrouwen voor minister Bijleveld lees (of schrijf) ik dankzij een kabel op de bodem van de oceaan.

Dat Nieuw-Zeeland helemaal niet om de hoek ligt, valt vaak pas op als er eens iets níet via internet gaat. Zoals dat opgestuurde pakketje dat na twee weken nog niet bezorgd is. Of de brieven van de belastingdienst die ik hier pas door de bus krijg als de betaaltermijn al lang en breed verstreken is.

Natuurlijk ontkom je ook niet aan die afstand als je ‘m zelf moet overbruggen. Want of je nou via Los Angeles, Singapore, Dubai of Shanghai vliegt: minder dan 25 uur duurt ‘het tochtje’ nooit.

En hoewel ik niet zo’n zin heb in die reis, kijk ik er (nu alweer, ja) wel naar uit om iedereen weer een tijdje in het echt te zien. Want daar kan geen WhatsApp-videogesprek tegenop.

Zie jullie (op 20 mei 2020) op Schiphol!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *