Eindelijk! Een baantje! Maar dan…

Al bijna twee maanden ben ik in ‘The Adventure Capital Of The World’ en al bijna twee maanden ben ik op zoek naar een baantje. Wat daarbij niet echt helpt: in Nederland was mijn Bachelor Bedrijfskunde al zinloos, hier in Nieuw-Zeeland zie ik helemaal niet hoe dat papiertje ooit nog van pas kan komen.

Laat me het zo samenvatten: als je niet kunt plamuren/metselen/bouwen, geen schapen kunt scheren (echt!) en geen kamers schoon wilt maken blijft er in Queenstown maar één optie over: werk in een restaurant. En daar heb je geen Groningse Universiteitsdiploma voor nodig.

Maar goed, ik met mijn C.V. naar het dichtstbijzijnde steakhouse, naar de plaatselijke Italiaan en naar het lunchcafé. Overal hoorden ze glimlachend mijn verhaal aan – Travelled in New Zealand, fell in love, decided to come back, worked in hospitality before, sorry for my Dutch accent! – maar niemand belde terug.

Ik had de hoop al bijna opgegeven toen ik per toeval langs een recruitment poster liep voor een restaurant dat ‘soon opens in town’. Aziatische keuken, maar daar heb ik sinds mei ook een heleboel ervaring mee. Na nog een leugentje om bestwil over mijn cocktailkennis werd ik aangenomen als, jawel, (cocktail)bartender.

Eind goed al goed, zou je zeggen. Totdat de trainingsweek afgelopen maandag begon.

Dertig enthousiaste FOH (Front Of House) medewerkers in een chic zaaltje met dure wijnglazen waar we water uit mochten drinken. Hiërarchisch in groepjes opgedeeld: de foodrunners, waiters, bartenders, duty managers, assistant managers, venue manager, operation manager en training & development manager. Ik kreeg langzaam maar zeker jeuk.

De balans na drie dagen FOH-training: we hebben allemaal een woord gekozen dat we vinden passen bij het nieuwe restaurant (premium, fine dining, fun, experienced), we hebben een woord gekozen dat onze verwachting beschrijft (new friends, fun, teamwork, slechts één iemand durfde money te zeggen) en we hebben een mission-statement voor ons team gemaakt. We hebben nogal wat zinnige dingen geleerd, dus.

Het hoogtepunt kwam echter toen we het ‘begroeten van gasten’ gingen oefenen.

De assistent-venue-duty-manager: ‘Als gasten binnen komen is het belangrijk dat iedere employee ze begroet. Wij verwachten dat gasten binnen 5 seconden begroet zijn. Een goede manier om dat te doen: “Hi sir/madam, welcome in our restaurant. How was your weekend?”

‘En,’ vervolgt ze, ‘ik verwacht dat iedereen nieuwe gasten op deze manier groet.’

Dan kijkt ze bedenkelijk. ‘Maybe’, zegt ze, ‘moeten we dat toch anders doen en zes verschillende begroet-manieren uitschrijven. Want het is natuurlijk een beetje raar en onnatuurlijk als iedereen “Hi sir/madam, welcome in our restaurant. How was your weekend?” zegt.’

Iedereen in het zaaltje blijft stil, totdat het Ierse meisje tegenover mij diep zucht en hardop vraagt: ‘And what if we all just act like normal people?’

P.S. Sinds dit stukje, begin mei, heb ik hier niets meer van me laten horen. Voor iedereen die zich zorgen maakt: ik ben (nog steeds) verliefd, er ligt genoeg sneeuw op The Remarkables om fatsoenlijk te kunnen skiën en in Queenstown is het zonnig en lente-achtig winterweer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *