Zo rond de klok van acht.

Hij pakt zijn fiets uit de schuur, maakt zijn fietstassen aan zijn bagagedrager vast en gaat. Hij heeft twee routes, één lange en één korte. Hij kan kiezen. Elke ochtend kiest hij een route. Soms de lange, soms de korte. Dat hangt er vanaf hoe laat het is.

Vanochtend kiest hij de korte, het is namelijk al laat. Snel fietst hij de straat uit, het park in. Langs de heuvel, langs de vijver, tussen de bomen door. Onderweg komt hij de juffen van zijn oude basisschool tegen.

Na het park fietst hij door het winkelcentrum, het is nog rustig, de eerste winkels gaan net open. Hij ontwijkt nog net een peuter, fiets door en knalt met zijn voorband van het stoeprandje af. Eenmaal uit het winkelcentrum neemt hij de rotonde en rijdt nog net voor een toeterende stadsbus langs.

Het gaat er om spannen, de kerkklok geeft vijf minuten over acht aan. Snel fietst hij verder, zijn vinger aan zijn fietsbel, zijn haren in de wind. De korte route, dus met een scherpe bocht om het tankstation heen. Schuin over het parkeerterrein en daarna minstens één kilometer rechtdoor.

Hij is er bijna, eerst nog langs de weg met wegwerkzaamheden, bouwvakkers, stratenmakers, stinkende vrachtwagens en koffie. Altijd koffie. Elke ochtend, zo rond de klok van acht.

Na een aantal half geasfalteerde wegen voor het stoplicht linksaf. Hij ontwijkt drie brommers, twee fietsers en één scootmobiel.

Oké. Schuin oversteken, weer over een parkeerplaats en richting de fietsenstalling. In de fietsenstalling de fiets op slot, tas over de schouder en lopen.

Nog net voor de bel loopt hij naar binnen. Hèhè. Hij heeft het gehaald.

Of. Nee. Wacht. Was hij niet het eerste uur vrij?

Shit.

3 gedachten over “Zo rond de klok van acht.”

  1. Reminds me aan de opmerking van mn schoolvriend, wanneer het niet duidelijk was of een leraar ziek of absent zou zijn:
    “ik neem het zekere voor het onzekere… – ik blijf thuis!” 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *