De speeltuin.

Mijn schooldag zit er eindelijk op. Met een bezweet en rood aangelopen hoofd van het fietsen kom ik bij huis aan. Als ik de fiets in de schuur wil zetten loopt mijn buurjongetje, vier jaar oud, voorbij.

“Tjeerd, vind je het goed als je zo naar de speeltuin komt?”

Een glimlach verschijnt op mijn gezicht. Het vraagteken past nog achter de zin, al zei het met moeite. Ik antwoord dat ik eerst even een koekje ga eten en daarna wel kom.

Na het koekje moet ik er toch echt aan geloven. Beloofd is beloofd. Met de enige moeite heb ik ook mijn zusje meegekregen naar de speeltuin. De speeltuin grenst aan onze achtertuin, voor ons dus welgeteld drie meter lopen. Op de met gras en zand bedekte grond staan wat speeltoestellen. Een glijbaan. Een schommel, zo’n grote, zo’n ronde. Een wipwap. Een duikelstang. Alles in de speeltuin is net nieuw, alles ziet er keurig uit. Keurig maar eenvoudig. En van hout, allemaal van hout.

Het buurmeisje is ook in de speeltuin, zes jaar oud. Zodra het duo ons aan ziet komen springen ze beiden in de schommel. “Schommelen! Jullie moeten duwen!”. Aan het gezicht van mijn zusje zie ik dat zij niet van plan is de twee kinderen een kwartier lang te duwen. Als de schommel op gang komt zegt ze daarom snel: “Weten jullie, de schommel is het vliegtuig en je mag zelf weten waar je heenvliegt!”. Het buurmeisje wil naar Frankrijk, de buurjongen naar Spanje. Ruzie dus. Uiteindelijke besluiten we op de grens tussen Frankrijk en Spanje te landen. De schommel remt af.

Als de twee kinderen uit de schommel komen doen we net alsof we op safari zijn, op safari door de Jungle in Spanje. Door de bergen. De glijbaan is hindernis nummer één, het is een berg. We roetsjen van de glijbaan af, daarna op weg naar de struikjes, de kinderen gaan voorop. Na een paar minuten hebben we Spanje wel gezien, we stappen weer in het vliegtuig.

Eenmaal in het vliegtuig willen ze naar Amerika, ik speel de zee. Na Amerika willen ze naar Australië, weer over zee. In Australië zijn kangoeroes en leeuwen, zo fantaseren we. Ook Australië is snel gezien, op weg naar Duitsland, Italië, Rusland en Tsjechië.

Te midden van een Russische oorlog kijk ik op mijn telefoon. Verschrikt zie ik dat het bijna vijf uur is. “O, help!” roep ik, omringd door kanonnen. Het buurjongetje komt naar me toe: “Ben je gewond?” Vraagt hij. Lachend zeg ik: “Nee, maar ik moet naar huis.”

“Oké.” Roept hij met een serieus gezicht. “Maar dan moeten we wel eerst met het vliegtuig!”

2 gedachten over “De speeltuin.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *